Zijdeplant in de tuin: foute boel!

Zijdeplant in de tuin: foute boel!

Vandaag stond er behoorlijk veel wind. De zon was er weliswaar bij, alleen de wind maakte het frisjes. Alleen op de plaatsen met beschutting was het heel aangenaam. Ik wilde eigenlijk net als gisteren eventjes naar buiten, om in ieder geval weer een beetje beweging te krijgen. Te veel achter de laptop is immers ook niet bevorderlijk voor de beweeglijkheid. Na de middag trok ik de stoute schoenen aan (feitelijk waren het een paar stevige werkschoenen) en een warme jas. Naar buiten! Mijn doel was om blad en takjes bijeen te harken, die zich onder en rond de lange heg voor ons huis had verzameld. Er lag nog steeds erg veel rommel van de twee bomen, die door de storm van de 17e januari waren omgewaaid.

Vanwege de sneeuw kon er niet eerder opgeruimd worden. Nu was alles goed zichtbaar, los en eenvoudig weg te harken. Samen klaarden we dit klusje. Ik harkte het grove spul op stapeltjes bijeen en Heiko ging er achteraan met een fijnere bladhark voor het kleinere spul. Vier kruiwagens vol met takjes en blad verdwenen achter in onze tuin, nabij de houtstekken. De eerste indruk vanaf de straat: het ziet er weer stukken verzorgder uit. Mooi! Missie geslaagd. Met behulp van Heiko!

Achter het huis, op het grasveld, pakten we samen de gesnoeide takjes van de appelboom nog even bij elkaar. Die had Heiko laten liggen, omdat er toen nog zoveel sneeuw lag. Het bijeenzoeken van de takjes was op dat moment erg lastig. Vandaag konden de takjes bijeengeharkt worden. Dit keer nam Heiko de hark ter hand en deed ik alles in de kruiwagen. Harken is niet zo leuk om te doen… Nog geen kwartiertje later was ook dit gedeelte weer netjes.

De laatste actie was het zagen van een zeer schuinstaande kersenboom. Die was richting het zuidwesten gegroeid en daarmee richting het dak van de carport. Tijdens de bouw van de carport had Heiko er wel al takken afgezaagd, echter nu vonden we beide (gelukkig), dat de boom alsnog in zijn totaliteit weg kon. Gisteren haalden we een boom weg aan de voorkant, vandaag eentje aan de achterkant. We deden het op dezelfde manier als gisteren, met dat verschil, dat er even door Heiko alvast een begin werd gemaakt. Zo wist ik waar ik moest zagen. Heiko trok wederom aan het touw en ik zaagde met de kettingzaag de boom door. De tweede in mijn “carrière”!

Toen de boom begon te bewegen ging Heiko met zijn volle gewicht aan het touw hangen. Nadat ik het laatste stukje van de stam had doorgezaagd viel de boom. Maar… Heiko ook! De tegendruk was uiteindelijk weggevallen. Gelukkig viel hij in het hoge, zachte gras. De dikke stam was mooi langs de zijkant van de carport gevallen. Alleen een paar takken lagen op het dak. Zonder dat ze iets beschadigd hadden. Op dat moment nam Heiko de kettingzaag weer over en verwijderde alle zijtakken. De stam werd in kortere stukken gezaagd en naar de garage gebracht, naast de klover.

Het hout van de kersenboom is niet het meest ideale hout om te stoken trouwens. Het laat veel grote brokken achter, houtskool zeg maar. In tegenstelling tot dennenhout. Daar blijft helemaal niets van achter. Op zich heel fijn, maar als je de volgende ochtend de houtkachel weer wilt opstoken is het wel handig als er nog een beetje gloeiende stukjes hout achter zijn gebleven. Dat gebeurt dus niet met dennenhout. Als je echter, voordat je naar bed gaat, een paar stukken kersenhout in het vuur gooit, heb je de volgend ochtend nog zeker gloeiend kooltjes. Zo heeft elk hout zijn eigen verbrandingswaarde. Kersenhout smeult meer en rookt veel en dennenhout brandt heel snel, fel en heet. Het mooiste hout blijft toch wel berkenhout. Nadat de kersenboom weg was ging ik naar binnen. Heiko ging nog even een uurtje kloven en bracht nog vier kruiwagens naar de houtstek. Die bij de vijver. Weer een paar uurtjes beweging gehad. Het voelde niet goed in de rug, maar hopelijk is dat tijdelijk…

Gisteren hadden we een paar vlinders gezien. De eerste in onze tuin dit jaar. Het waren “kleine vosjes”. De kleurrijke kleine vos is een dagvlinder uit de familie van de aurelia’s en is algemeen bekend. De vlinder is te herkennen aan zijn oranje kleur, met zwarte en gele vlekken op de voorvleugel. Hij wordt 40 tot 50 millimeter groot. De achterrand van de vleugels heeft blauwe maanvlekjes en aan de rand van de voorvleugel zijn er enkele zwarte en witte vlekken. De onderkant van de vleugels is donkerbruin, wanneer de vlinder op de stam van een boom rust is hij daarmee goed gecamoufleerd. De rups van de kleine vos kan tot 35 millimeter groot worden en is variabel van kleur. Van olijfgroen en donkerbruin tot zwart of geel met zwarte vlekken. De rups heeft over het hele lichaam doorntjes. Deze vlinder overleeft op nectar van verschillende bloemen.

Hij zat dan ook op een bloemetje. Eentje die mij onbekend was. Hij leek op een witte klaver, maar daarvoor klopten de bladeren niet. Het bleek te gaan om de zijdeplant. Deze plant vindt zijn oorsprong in Noord-Amerika en is een prachtige plant in de tuin. De bloemen groeien eerst in grote trossen en zijn zalm tot roze van kleur. Ook hebben ze een heerlijke geur. De bloeitijd is van ongeveer juni tot en met augustus. De bladeren zijn grijsgroen en ongeveer 70 centimeter hoog. De hoogte van een volwassen, vaste plant is rond de 150 centimeter. Vervolgens gaan de trossen hangen. Deze zijdeplant, ook wel papegaaiplant genoemd, dankt zijn naam aan de vorm van de vrucht: deze doet nog het meest denken aan een papegaai, welke op zijn kop met de snavel aan de stengel verbonden is. De vrucht scheurt na rijping open en massa’s pluizen komen tevoorschijn.

Maar… Zijdeplanten zijn zeer giftig! En met name voor grazende dieren (koeien, paarden maar ook reetjes). Op gekwetste, beschadigde plekken scheiden de planten giftige melksap af. Helaas staat nergens hoe gevaarlijk ze zijn voor mensen. Daar wilde ik meer van weten, maar kon niets vinden. Wel kreeg ik een Zweedse site onder ogen: het blijkt hier om een zogenaamde “invasieve plant” te gaan. Dat zijn planten, die zich buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied hebben gevestigd en door hun aanwezigheid of door de groei van hun populaties tot problemen kunnen leiden.” Daarnaast staat de zijdeplant ​​op de EU-lijst van invasieve uitheemse soorten. Dat betekent dat het onder andere verboden is, om ze te importeren, verkopen, telen en uit te zetten in het wild. En nou blijkt ook nog, dat ze nogal snel de tuin kunnen overwoekeren en daarmee het bestrijden van deze planten heel moeilijk is!

“Ondergronds vormt de plant zich namelijk een uitgebreid stelsel van wortels en wortelstokken. Dit dient onder andere als voedselreserve, waarmee de plant goed gebufferd is tegen schade. Bovengronds bestaat een enkele plant uit talrijke stengels. In regel blijkt zaadzetting beperkt en deze vegetatieve verspreiding is dan ook de belangrijkste vorm van uitbreiding. Vanwege de heel omvangrijke wortel(stok)stelsels is het aangewezen, om bij nieuwe ontdekkingen zo snel als mogelijk tot verwijdering over te gaan. Wanneer enkel stengels worden getrokken of gemaaid, kan de ondergrondse groei van de plant worden gestimuleerd. Betere overwegingen zijn af- of uitgraven, chemische bestrijding, langdurig afdekken…” Wat hebben we wel niet in de tuin staan?

Ik las verder: “In Zuid-Zweden begint de zijdeplant zich vanuit privétuinen in de natuur te verspreiden. Rapporteer aangetroffen zijdeplanten! Vindt u zijdeplanten dan kunt u dit melden via www.invasivaarter.nu. Hier kunt u waarnemingen van bepaalde invasieve uitheemse soorten melden. Dat zijn soorten, die zich snel verspreiden en een negatieve impact hebben op de biodiversiteit. Publieke rapportages zijn belangrijk, om het voorkomen en de verspreiding van de soort te kunnen volgen en om verdere verspreiding te kunnen voorkomen.” En dat heb ik maar gedaan. Er werden een aantal vragen gesteld en je kon foto´s meesturen, wat ik deed. Of ze hierop reageren?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


CAPTCHA Image
Reload Image

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.