Na bijna twee jaar terug bij Erikshjälpen!

Na bijna twee jaar terug bij Erikshjälpen!

Vandaag ben ik sinds ongeveer twee jaar weer als vrijwilligster naar Erikshjälpen in Eksjö geweest. Ik was er destijds mee gestopt vanwege mijn lichamelijke klachten, wat later een ontstoken galblaas bleek te zijn. Na de operatie, waarbij de galblaas werd verwijderd, hield ik nog steeds klachten en voelde het niet goed om weer aan de slag te gaan. Vervolgens werd het lange tijd erg onrustig in verband met het virus Covid-19, corona. Uiteraard wilde ik het risico niet opzoeken. Ik was niet helemaal fit en dan ben je uiteindelijk meer kwetsbaar. Tegelijkertijd lopen er bij Erikshjälpen op zo´n zaterdagochtend honderden mensen rond, met alle corona-risico´s van dien. In september waren we er samen een keer en namen we een kopje koffie met een kanelbulle in het restaurantje. Of in de fiket, zoals de Zweden het noemen. Meteen kwamen er een paar “oud-collega´s” van mij naar ons toe om, met name, mij enthousiast te begroeten. Dat voelde zo heerlijk, zo welkom, zo gezellig, dat ik spontaan zei, dat ik in november terug zou komen. In oktober zou het nog niet lukken in verband met het bezoek van de Gert en Elise met de kleinkinderen.

Vandaag was het dan zover. Om kwart over acht reed ik uit Ödarp, via wegnummer 32 richting het zuiden. Naar Eksjö, naar bedrijventerrein Aborravik. Ik had mijn komst uiteraard vorige week al aangemeld bij de leidinggevende en aangegeven, dat ik graag weer in de fiket wilde starten. Even kijken hoe het gaat en of het lichamelijk vol te houden is. Om kwart voor negen was ik er. Net als al die voorgaande keren. Samen met collega-vrijwilligers Gunilla en Mino stond ik ingedeeld en die twee vertelden me bijna als eerste, dat er tegenwoordig hoofddeksels gedragen moesten worden. Jieuw… Dat vindt Joke niet leuk niet! Maar: regels zijn regels en het is uiteraard wel zo hygiënisch. Dus gekleed in gemakkelijke kleding met schort én mutsje startte ik mijn werkzaamheden.

Vandaag mocht ik de gekoelde vitrine vullen. Met natuurlijk gebak, met (door een vrijwilligster eigengebakken) koeken, bolletjes en broodjes. De garnalenbroodjes werden door Gunilla gemaakt, terwijl ik de köttbullsmackor, gehaktballetjesbroodjes, voor mijn rekening nam. Mino zorgde ervoor, dat de toonbank gevuld werd met water en sap, thee (-zakjes) en koffie, melk en dat de kassa operationeel werd. Teamwork ten top! Vanaf tien uur runden we samen verder de keuken en de verkoop. We hielden de voorraad in de gaten, vulden alles vroegtijdig aan, bedienden de vaatwasser en maakten tosti´s en pannenkoeken. Het liep gesmeerd!

Veel collega´s waren er vandaag niet, maar die er waren, kwamen stuk voor stuk even langs om me te begroeten. Zelfs bepaalde klanten merkten op dat ik er weer was en maakten even een praatje. Wat een welkom! Alleen daarom zou je elke dag heen gaan. Nee, dat zou niet gezond zijn, maar om zo weer te beginnen voelde fantastisch! Dat vele staan vond mijn rug niet zo fantastisch en even na twaalf uur vond ik het welletjes. Tussen de oren niet hoor! Het ging zo leuk! Als vanouds nam ik tot besluit van deze ochtend Erikshjälpen een tosti met een kopje koffie. Uiteraard in de fiket. Nadat ik tegen de filiaalhoudster Jessica had gezegd, dat ze de volgende week zaterdag weer op me kon rekenen, vertrok ik. Het voelde vertrouwd en het was ontzettend leuk om weer terug te zijn!

Ondertussen was Heiko meteen na mij naar buiten gegaan. Overall aan, warme jas eroverheen, helm op, handschoenen aan: “Ra, ra, ra wat ging hij doen?” Ja, hij ging aan het kloven! De nieuwe klover werd weer uit de schuur gerold en vlak bij de nieuwe houtstek opgesteld. Op een pallet, zodat die iets hogerop staat en daardoor de werkhouding voor Heiko zijn rug perfect is. Het was frisjes buiten en zelfs somber. Maar voor het kloofwerk deerde dat niet. Nadat de stroom was aangekoppeld kon het feest weer beginnen. De blokken van de, eerder uit Eksjö opgehaalde, kersenboom gingen eraan. De grote, zware blokken gingen een voor een voor de bijl. Het restproduct, de gekloofde stukken hout, werden op een grote stapel gegooid, op de pallets van de nieuwe houtstek. Direct op de plaats, waar ze later netjes gestapeld zullen gaan worden.

Van half negen tot een uur in de middag was hij onafgebroken bezig met het kloven. Een paar stukken stam moesten eerst nog even met de kettingzaag doormidden gezaagd worden, alvorens die ook gekloofd konden worden. De stapel met de gekloofde stukken hout groeide gestaag. Helaas begon het tegen half een te spetteren en langzaamaan werd het natter en natter. Om een uur werd hij zodoende gedwongen om te stoppen. Het werd te nat buiten en als het niet hoeft, ben je dan liever niet meer buiten bezig. Er is in ieder geval weer zo´n twee kuub gekloofd. Om ervoor te zorgen dat dat hout niet kletsnat regenen zou, werd ook hier weer een dekkleed overheen gelegd. Net als over de klover. Misschien dat we het gekloofde hout morgen samen kunnen stapelen.

In het trollenhuisje vond ik nog een groen hekwerkje, ter bescherming van de stam van de nieuwe kersenboom. Bescherming tegen konijnen en reeën, die de bast graag lusten. De andere drie fruitbomen hebben we destijds ook meteen beschermd en tja, dan mag deze ook zo´n mooi hekje er omheen. Staat ook wel zo leuk toch? Vier fruitbomen staan nu op een rij. Hopelijk komt er volgend jaar eindelijk eens een vrucht aan. De fruitbomen zijn nu ondertussen drie of vier jaar oud en geen van allen hebben ze ons ook maar één appel, één peer, één pruim of één kers gegeven! Dat laatste kan natuurlijk ook niet, omdat de boom er nog maar een paar dagen staat. We houden de moed en vertrouwen erin!

Toen ik gisteren met het gekloofde hout heen en weer liep, van de garage naar de houtstek, stond er zoals al gezegd, een stevige wind. Dat had Heiko ook al gemerkt toen hij op industriegebied Höganloft aan het werk was. Dat industriegebied ligt op een heuvel en het is er vrij open. De wind heeft daar alle ruimte. De stukjes antiworteldoek met de boomschors moesten direct gelegd worden, omdat het anders door de wind tientallen meters werd meegenomen. In Ödarp waaide het dus eveneens stevig. Het dekkleed, dat de camper beschermd tegen regen en sneeuw, werd alle kanten opgeblazen. Vorig jaar stond de caravan nog onder dat kleed en ondanks het touw dat eromheen was gespannen, konden we toen ministens vier keer het kleed er opnieuw overheen maken. Nu hebben we het beter geregeld, door een paar lege flacons van ruitensproeiervloeistof te vullen met water. Die hebben we aan het kleed gehangen. Op alle vier hoeken hangt nu zo´n flacon van 5 liter water en daarmee 5 kilogram. Dit blijkt tot nu toe voldoende te zijn, om het kleed op zijn plaats te houden. Toppie!

Nog vergeten te vertellen: Onder de grote sparrenboom, die vlak bij de houtstek staat, zag ik gisteren trouwens vele sparrenappels op de grond liggen. De hele of complete sparrenappels, ook wel kegels genoemd, lagen het en der verspreid op het gras. Niet in de laatste plaats weggewaaid door de wind. Maar niet alleen door de wind van gisteren, want er lagen er ook een aantal bij die waren afgekloven. Het stille bewijs, dat we in ieder geval een eekhoorntje in de tuin hebben. Misschien zijn het er meer, die de kegels lekker vinden en opeten. Toen ik later opnieuw onder de grote sparrenboom keek, je wordt immers best wel een beetje nieuwsgierig, zag ik nog veel meer afgekloven kegels liggen. Ze smaken de eekhoorntjes blijkbaar goed! Grappig om te zien hoor.

Deze middag hadden we beide vanaf een uur of drie eigenlijk niet zo heel veel puf meer. Ik door het vrijwilligerswerk, de boodschappen en het opruimen daarvan en Heiko van het zagen en kloven. We waren moe en onze lichamen gaven klachten. Daarom lieten we de boel de boel en waren we eens heerlijk lui! Dat hebben we niet vaak, maar is eigenlijk best wel eens lekker. Gewoon “bankhangen”. Al snel had Ebba dat door en die deed heel graag met ons twee mee. Zij kwam bij mij liggen. Eerst lag ze nog vrij “normaal” op mijn schoot, maar niet lang daarna lag ze toch echt heel ongelukkig. Denken wij, want ze lag met haar hoofd naast mijn benen. Toch heeft ze dit zeker een uur volgehouden. Ja, zo lang hebben wij ook op de bank gezeten. ´s Avonds trakteerden we ons op een patatje met bitterballen en bleven we ook daarna nog een paar uurtjes lui!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image