Skurugata en Pukaberget hebben succes!

Skurugata en Pukaberget hebben succes!

Het was nog voor vijven toen de zon al boven de boomtoppen uit kwam. Wat een verschil met een paar maanden geleden. Nou, eigenlijk nog niet eens zo veel terug in de tijd, dat de zon pas rond een uur of acht zijn gezicht liet zien. Nu had ze er duidelijk zin in! Zouden onze gasten dit ook hebben gezien? Ze zijn best wel vroege vogels. Wie weet! Het was in ieder geval een voorbode op een mooie, zonnige dag!

Toen het zonnetje eenmaal volledig vrij spel had, doordat de wolken nagenoeg waren verdwenen, scheen hij achter het vijvertje. Richting het huis. Direct viel op, dat er nu wel al heel veel blaadjes aan bomen en struiken komen. Doordat de zon er achter scheen, was het een heerlijke, groene massa! Dit is toch wel een hele mooie periode van het jaar. Het sombere van de kale bomen wordt nu echt achter ons gelaten en de meer vrolijke tijd komt eraan. Sneller dan we denken!

Nadat we gezamenlijk koffie hadden gedronken, ging Heiko met Marco en Viviën naar de oude, verlaten steengroeve van Askeryd. Via een mooie, landelijke route, door bossen en over zandpaden reden ze ernaartoe. Onderweg vertelde Heiko al, dat een dergelijke plaats erg moeilijk aan te wijzen is. Je moet weten waar het is, want een routebeschrijving is er niet. Ook zijn er weinig andere aanknopingspunten dan “bij de derde of vierde boom…” of “na die dikke steen…” Ze reden langs het grote Västra Lagern meer, waar je een roeibootje kunt huren, om vervolgens het meer op te gaan. Dan kun je de natuur ook eens vanaf een andere kant bekijken. Op basis van eerdere ervaringen met bootjes en kano´s vond Marco dat echter geen goed idee. Ze reden dus door naar de ingang van de steengroeve en op dat moment bleek, dat het maar goed was dat Heiko mee was.

Het bord, waar een plattegrond van het gebiedje op staat en dat op die manier de plek nog een heel klein beetje markeert, was weg. Slechts uit een kleine uitstulping van de weg kon je opmaken, dat er een zijweggetje was. Maar waar die toe zou leiden? Geen idee. Je moet het weten, want anders rijd je er zo voorbij. Ze parkeerden de auto beneden en begonnen het zandpad omhoog te lopen. Richting het eerste uitzichtpunt. Dat vonden ze beiden mooi om te zien en er werden dan ook verschillende foto´s genomen door, met name, Viviën. Die overigens niet te dicht bij de rand ging staan, want het is nogal een hoogteverschil daar ter plekke en dat vond ze nogal spannend.

Vanaf het eerste deel van de groeve liepen ze door naar de volgende afgraving, waar zich een prachtig bassin had gevormd met heldergroen water. Het was er niet de temperatuur voor, om het verfrissende water te proberen. Alhoewel we helemaal niets te klagen hebben. Vanaf het moment dat Marco en Viviën hier zijn is het weer schitterend! Ze liepen toch maar verder. Op het kaartje, waar Viviën gelukkig een foto van had gemaakt, hadden ze nog een “rondweg” gezien.

Een paadje, waar wijzelf nog nooit langs waren gelopen. Op het kaartje met die route had men tekentjes geplaatst wat een uitzichtpunt betekende. Ze besloten daar naartoe te gaan en ze werden verrast. Alle drie. Heiko vertelde me later, dat we dat punt in ieder geval bij alle andere bezoeken van vrienden in de route op moeten nemen. Nadat het hele pad van de steengroeve was afgelopen liepen ze weer richting de auto.

Onderweg werden ze nog “begroet” door een slang! Eerder deze week hadden ze al een hazelworm gezien. Dit was een heuse ringslang! Een levende! Toch denk ik, ondanks dat er zeker twee er anders over denken, dat dit een adder is. De ringslang is namelijk niet zo gevlekt als deze slang. Mannetjes hebben een zwarte buik en zijn zilver- tot donkergrijs met een donkere, zigzaggende streep. Vrouwtjes daarentegen hebben een donkergrijze buik en zijn donkerbruin/ beige met een roodbruine, zigzaggende streep. De adder wordt zo’n vijftig tot zeventig centimeter lang en eet vooral wormen, insecten en hagedissen. De grotere exemplaren jagen zelfs op muizen, kikkers, vogels en konijnen. En laat Viviën nou helemaal niet bang voor dat beestje zijn!

Gisteren had Heiko geraniums meegenomen vanuit Eksjö. De supermarkt had ze in hun assortiment deze week. Omdat de nachtvorsten nu toch verleden tijd zijn, begon ik aan het poten van de plantjes. De bakken op het terras stonden nog zielig leeg. Dit keer hadden we gekozen voor de rode exemplaren. Vaak hebben we de zogenaamde “wild berry”, een donkerroze. Nu eens iets anders! De bakken waren snel gevuld, alsook nog twee mandjes. Eentje aan het hekje van de keukentrap en eentje op de scheiding van keukentrap – terras. Wat lijkt dat een stuk anders. Zo lekker fris! Blij mee!

Wat is er nou nog meer “typisch Zweeds” dan de wafels? Als je er in dit land zelfs een feestdag voor hebt, dan moet het toch wel bijzonder zijn. Daarom had ik in plaats van een broodje kaas een flinke stapel wafels gebakken. Omdat het buiten zo lekker was, gingen we die op de veranda opeten. Natuurlijk niet zonder de nodige slagroom en, in ons geval, een stevige frambozenjam. Toen er slechts een tweetal overbleven, wisten we, dat de keuze goed was geweest!

´s Middags ging het gezelschap nog weer weg! Ze wilden graag de omgeving zien en dat kan natuurlijk altijd. We hebben in de loop der jaren best al wel het een en ander ontdekt wat de moeite waard is. Volgens ons… Ze gingen rond drie uur naar de Pukaberg. Het is eigenlijk een korte wandeling, waarvan het laatste stukje een vrij steile klim. Ook met hier een beloning op de hoogte: een uitzicht “van heb ik jou daar”. Minstens net zo mooi als het uitzicht vanaf de rotsen van Skurugata. Aldus Marco en Viviën. Ze bleven daar dan ook een behoorlijke tijd zitten. Mijmerend op een bankje, die waarschijnlijk voor dat doel juist op dat punt was neergezet. Er kwam een heerlijk rustgevend gevoel over hen heen… Vakantie…

En wat wil het geval? Ook daar werd een nieuw stukje natuur ontdekt! In plaats van op de “parkeerplaats” rechts de Pukaberg op te gaan, gingen de drie nog naar links ook. In de richting van “Bumling”. Nou heb ik daar verder geen informatie over kunnen vinden. Nog niet, maar het was volgens de ontdekkers wel de moeite waard. Zo lag er bijvoorbeeld een gigantische kei op een andere, ook niet een al te kleine, kei. Niet helemaal “vast”, echter hier en daar rustend op kleine steentjes. Die met een doorsnee van een centimeter of, pak hem beet, tien. Dat die constructie liggen blijft! En zo zie je maar weer, dat je je eigen omgeving nog lang niet hebt ontdekt!

Rustgevend, maar niet meteen denkend aan vakantie, was het gevoel ook wat Ebba mij vanmiddag gaf. Net als wat men had op de Pukaberg. Ik zat in de serre toen ons dametje bij me kwam. Eerst wilde ze alleen even geaaid worden, maar al snel sprong ze op de bank en ging naast me liggen. Heel veel aandacht vragend! En ik kon haar zelfs horen spinnen en dat is voor haar eigenlijk best wel zeldzaam. Zo luid als Jikke dat deed, zo rustig spint Ebba. Waarschijnlijk was het juist daarom, dat het voor mij zo goed voelde. Ze was duidelijk tevreden en ook zij voelde zich merkbaar goed. Dat waren er dus twee!

Na de inspanningen van vandaag, de wandelingen en klimpartijen, was de warme maaltijd een “welkome gast”. We aten bami! Het vlees bestond dit keer uit blokjes casselerrib, de groente uit tomaatjes, prei en uitjes. De saus werd op smaak gemaakt met kruiden, kookroom en een paar plakjes smeltkaas. Uiteraard kwam er een gebakken eitje bij en “zuur” (zilveruitjes en augurkjes). Nadat onze magen waren gevuld, hebben we nog even zitten praten en daarna gingen we al vrij vroeg ieder een kant op. Het was weer een gezellige dag!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


CAPTCHA Image
Reload Image

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.