Oliebollen gebakken!

Oliebollen gebakken!

Ook in Zweden, in Ödarp zelfs, wordt een oude Hollandse traditie in ere gehouden: oliebollen bakken en eten tijdens de jaarwisseling! Onder het mom van “We willen ons beslist aanpassen aan de Zweden en hun gebruiken en tradities overnemen, maar van de oliebollen moeten ze afblijven!” bakte ik ze dit jaar voor de derde keer op rij. In de loop van de ochtend begon ik met het maken van het deeg voor de oliebollen. “Wat doe ik? Maak ik een kilo of een pond deeg klaar?” Even Googelen om te zien hoeveel oliebollen je met een kilo meel kunt bakken. Dat was volgens de informatie ruim 60 stuks. Oei! Rijkelijk veel voor twee personen. “Zullen we dan maar de helft doen van alle ingrediënten?” Volgens het recept moest er dan 40 gram gist bij, terwijl er op een zakje gist van 7 gram stond, dat het voldoende was voor 500 gram meel. “Wat is nu wijsheid?” In het verleden hebben we al eens moeite gehad met het beslag, omdat het niet wilde rijzen. “Laten we die 40 gram dan maar aanhouden.” Nadat alles goed was gekneed zette ik de beslagkom op een radiatorkast, boven de verwarming in de keuken. Deed er een vochtige theedoek erover en liet het een half uur rijzen.

Terwijl het stond te rijzen aten wij een broodje. Toen ik na een kwartiertje opzij keek, zag ik dat de theedoek in het midden omhoog kwam. “Hé, het rijst goed!” Na een half uur klopte ik het beslag, dat inmiddels helemaal aan de onderkant van de theedoek zat, even op en liet ik het nog een half uurtje staan. Om opnieuw te laten rijzen. Ook deze tweede keer rees het geweldig en werd het tijd om te gaan bakken. De friteuse, die we daarvoor gebruiken, had Heiko vanochtend leeggemaakt. Dat wil zeggen, dat hij de olie die we hadden gebruikt voor onder andere karbonades en bitterballen, werd weggegooid. Daarna maakte hij hem schoon. De oude frituurolie gaat overigens naar de vuilstort. Dat er nieuwe olie in kwam was geen overbodige luxe: het was donker van kleur en er zat “rommel” in. Paneermeel laat dat nu eenmaal achter…

Al een paar maanden geleden hadden we een vijfliterfles met zonnebloemolie meegenomen en met een deel daarvan werd de frituur weer gevuld. Toen de olie op de juiste temperatuur was begon ik met het bakken. Dat doen we in de werkplaats, in de kelder, met de achterdeur open. Het is dan wel een beetje frisjes, maar die geur kan beter naar buiten gaan, dan in huis. Om niet te verkleumen deed ik een dikke jas aan. Het bakken ging zó lekker vlot, want op het moment dat Heiko nog geen half uurtje later beneden kwam, om te kijken hoe het ging, was ik al klaar! Maar goed dat ik “slechts” een pond deeg had gemaakt en geen kilo, want er waren bijna veertig oliebollen gebakken. Voor ons ruim voldoende. Ik ruimde alles in de kelder op en ging met de heerlijk geurende oliebollen naar boven. Eigenlijk jammer, dat het bakken zo snel ging: het was zo leuk om te doen!

Op de begane grond was “schilder Heiko” bezig met deel twee van de verfklus. De deuren van deze verdieping veranderden vandaag van kleur. De boven verdieping was gisteren afgekomen en nu waren de vier deuren in de hal aan de beurt. Eigenlijk moest de voordeur ook, maar om die nu, in de winter, open te zetten om de verf te laten drogen leek ons niet zo´n goed plan. Alle warmte zou snel naar buiten vliegen en dat is niet prettig. Zodoende bleef het beperkt tot drie deuren, waarvan er twee aan beide zijden geverfd werden. In eentje daarvan zat Ebba haar kattenluikje naar de kelder. Daar moest voorzichtig omheen geverfd worden. En dat deed Heiko hoor, dat zag ik nadat ik even had “gecontroleerd”… Al met al was het verven een paar uurtjes werk, waarbij het voortdurend een kwestie was van goed opletten!

Opletten op Ebba! “Waar is ze, waar gaat ze naar toe?” Ze moet natuurlijk niet met haar pootjes in de bak verf gaan staan en ook niet met haar vacht langs een pas geverfde deuren strijken. De kranten onder de deur maakten haar echter alert en daar ging ze met een boog omheen. Zowel zij, als de deuren liepen geen schade op. Daarbij komt dat de verf op waterbasis snel droogt en daarmee is het allemaal gelukkig goed afgelopen. De verfspullen werden aan het einde van de dag verplaatst naar de kelder, waar ook nog een viertal deuren zijn, die dezelfde kleur grijs krijgen. De deur naar het stookhok nam Heiko meteen nog even mee vandaag. De overige deuren naar en in de tvättstuga komen een andere keer aan de beurt. Morgen verder Heiko?

Toen ik met de schaal met oliebollen boven kwam, moest er natuurlijk wel even geproefd worden! De pot met poedersuiker erbij, want wat is nu een oliebol zonder poedersuiker? We namen er elk twee, voldoende lekkere, zoete poedersuiker erop en afbijten maar. Hmmm… De bollen waren goed uit elkaar gegaan tijdens het bakken en zodoende lekker luchtig. Wel vet natuurlijk, maar dat is geen wonder. Nou, die komen wel op! Hopelijk blijft er nog wat over voor de echte jaarwisseling… Maar waarom maken we die oliebollen eigenlijk alleen maar tijdens de jaarwisseling? Dat kan toch net zo goed in bijvoorbeeld februari als ik jarig ben? Of in april als Heiko jarig is?

De geschiedenis van de oliebol gaat heel ver terug. Er staat op een schilderij van Aelbert Cuyp uit 1652 al een pan met oliebollen geschilderd en het eerste recept schijnt uit 1667 te stammen. Toen heette de lekkernij echter niet oliebol, maar oliekoek. Het ontstaan van de oliebol: “Omdat er in de zeventiende en achttiende eeuw nog geen elektriciteit was, was de winterperiode heel koud en donker. Net als nu probeerden de mensen het toen ook gezellig te maken met de jaarwisseling en wel met veel lichtjes. De armen kwamen dan langs de deuren, zongen een lied en kregen wat te eten. Wat ze dan te eten kregen? Een oliebol! Ze werden bereid met ingrediënten die in de winter beschikbaar waren: meel, gist en gedroogde vruchtjes. Daarnaast vulden oliebollen goed, wat handig was toen er veel honger was…”

Tegen het einde van de middag heeft Heiko nog even gedart. Wie de tegenstander was? Een virtuele tegenstander! Die tegenstander had de naam Sietse, oftewel mijn neef. Zoals gisteren al gemeld, krijgen we in februari bezoek en zullen er hoogstwaarschijnlijk een paar sets darts gespeeld gaan worden. Neef Sietse was, bij afwezigheid, geen sterke tegenstander trouwens. Heiko won die wedstrijd namelijk met 3-0. Toch ging het niet zo heel goed. Het gemiddelde met drie pijlen bleef steken op 43 punten en dat is niet zo best. Eigenlijk gewoon een beetje teleurstellend. Ook het uitgooien via een dubbel verliep erg slecht. Kortom: er moet nog veel gegooid en geoefend worden, om Jan uit Assen voldoende tegenstand te kunnen bieden. Vanavond maakte ik een van Heiko zijn favoriete maaltijden: falukorv met kaas en tomaatjes. Deze had ik, onder het toeziend oog van mijn vriendje de kerstkok, gemaakt. Misschien helpt het eten, om bij Heiko een beetje spanning van het darten weg te nemen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image