Foto´s maken zonder camera?!?

Foto´s maken zonder camera?!?

Vanochtend tegen een uur of negen was ik nieuwsgierig naar de kapperij: “Zou de laatste boom al zijn gekapt?” Gistermiddag had de harvester uiteindelijk nog veel kunnen doen en zoveel bomen stonden niet meer op de wachtlijst. Goed ingepakt ging ik aan de wandel. Richting Västorp en afslag Hultarödje. Het had vannacht gevroren en het was op dat moment nog rond het vriespunt. Een vies windje maakte dat het behoorlijk koud aanvoelde, waardoor de capuchon van mijn jas dankbaar werd gebruikt. Ook de jaszakken waren geen overbodige luxe. Daarin verdwenen beide handen. Eenmaal op de plaats van bestemming zag ik nog een paar bomen staan. De machine was inderdaad met de laatste tien stuks bezigen. Ik reikte naar de borst, waar de camera hangt. Wat?!? Waar is mijn fotocamera? Niet te filmen: ik had de camera niet meegenomen! Wel heb ik ooit! Fotocamera vergeten!

Na deze grote teleurstelling en dan met name in mijn geheugen, stapte ik maar in de auto om naar Tranås te gaan. Onderweg zag ik, dat de lariksbomen nagenoeg kaal zijn. Ontelbaar veel naalden lagen op de weg en die vallen met hun bijzondere kleur meteen op. De lariks is namelijk een “bladverliezende” conifeer. Dat wil zeggen, dat zijn naalden afvallen. Voor een conifeer heel bijzonder. De lariks heeft zachte naalden, die tot vier centimeter lang worden. Vaak hangen ze in bosjes van ongeveer 35 bij elkaar. In de lente lopen de naalden lichtgroen uit, in de zomer verkleuren ze donkergroen en in de herfst worden ze prachtig goudgeel. Daarna vallen ze af. Rond de klok van elf uur liep ik bij de kapper naar binnen. Mijn haar moest geknipt worden. Bij de “drop-in” kon ik meteen geholpen worden en na een half uurtje stond ik alweer buiten. Met korter haar. Daarna ging ik boodschappen doen en bezocht daarom een drietal winkels.

“Meneer Örtengren, kunt u mijn drie pruimenbomen snoeien? En één van mijn pruimenboom staat erg scheef, kunt u daar ook iets aan doen?” “Jawel hoor mevrouw, dat regel ik voor u.” Nou ja, hijzelf niet natuurlijk, daarvoor heeft hij “zijn mannetjes”. Twee van die “mannetjes”, Heiko en Urban, waren zodoende vandaag aan de Granstigen in Tranås met een lange trap, een snoeischaar en twee spades. De takken van de betreffende scheve pruimenboom zaten verweven met de takken van de pruimenboom die er meteen naast stond. Terwijl Heiko de drie bomen snoeide, kon Urban een gat graven rondom de, door de jaren heen, scheef gewaaide pruimenboom. Toen het gat voldoende groot was, zonder de wortels te beschadigen, werd de boom gezamenlijk in de juiste richting gedrukt. Onder de wortels werd vervolgens, aan de kant waar ruimte was gekomen, een dikke steen gelegd zodat de boom niet terug kon veren. Daarna werd de grond rondom weer aangevuld en aangestampt. Voor extra zekerheid vulden ze het rondom de boom nog wat aan met extra zand en daarover graszaad. Ook werd er als extra steun nog een paal in de grond geslagen, waaraan de boom werd vastgezet met juteband. De boom stond weer rechtop en was nu verankerd aan de paal.

Voor de heren was het hierna frukost, ontbijt, en reden ze naar de zaak voor een broodje met een warme kop koffie. De volgende klus was het uitdunnen van een grote seringenstruik. Vorige week had Örtengren Heiko de struik aangewezen en hem verteld, dat de dikste stammen er tussenuit gezaagd moesten worden. Gewapend met een zaag gingen ze samen aan de slag. De stammen ter dikte van een onderarm werden een voor een verwijderd, zo laag mogelijk bij de grond. Er lag inmiddels een behoorlijke stapel takken, toen de vrouw des huizes naar buiten kwam, om te kijken wat ze deden. Die schrok een beetje van hetgeen aan hoeveelheid weggehaald was. Urban wilde net beginnen aan de laatste stam, maar liet die op verzoek van de klant maar met rust. Blijkbaar had de klant een ander idee bij het uitdunnen dan Örtengren. Gelukkig waren er nog meer dan voldoende jonge uitlopers over en een sering groeit erg snel. Binnen de kortste keren zal het weer dichtgegroeid zijn. De takken werden op de aanhanger geladen en naar de vuilstort gebracht. Tezamen met een paar speciekuubs met uitgebloeide planten. De dames die de winkel verzorgen waren namelijk druk in de weer geweest met opruimen. Dat niet alle planten tijdig worden verkocht mag duidelijk zijn. Er gaat ook regelmatig het nodige naar de vuilstort. Het is niet allemaal winst…

In die tijd deed ik (een poging) om alle boodschappen binnen te halen. Oh, wat is het toch fijn om boodschappen te doen als het ontzettend druk is. Je-ig! Veel auto´s in de stad, veel auto´s op de nagenoeg volle parkeerplaatsen, veel mensen in de winkels, lange rijen voor de kassa´s… In principe had ik niet eens zoveel op het boodschappenlijstje staan. Daarmee zou het niet lang hoeven duren, voordat alles opgehaald was. Toch nam het twee uur in beslag! Daarmee reed ik pas om half twee onze oprit weer op. En dat terwijl het zonnetje plaats had gemaakt voor een behoorlijk bewolkte wereld. Nadat de meeste boodschappen waren opgeruimd nam ik ruim de tijd voor een broodje. Had ik naar mijn eigen idee wel verdiend!

Toen was het zaak om de etenswaren, die tijdelijk even in de koelkast waren gestald, in de diepvries te maken. Zo werd bijvoorbeeld een kilo gehakt in twee zakken van een pond verpakt. Het neemt minder ruimte in beslag en we gebruiken nagenoeg altijd een pond per keer. Hamreepjes, in een zak van 450 gram, maakte ik in zakjes van 75 gram. Die worden meestal gebruikt voor mijn pizza (Heiko belegd de zijne met vis). Al met al duurde dit klusje weer een half uur. Daarna reed ik naar Aneby. Op de terugreis vanaf Tranås, ik was ongeveer tien minuten de stad uit en daarmee op de helft van de terugreis, begon een lampje op het dashboard te branden. Eentje die me waarschuwde voor een bijna lege tank.

Als dat ietsjes eerder was geweest, dan had ik in Tranås nog kunnen tanken. Met de diepvriesspullen in de auto moest ik uiteindelijk wel doorrijden. Ik kon nog ruim zeventig kilometer rijden en daarmee zou ik niet in de problemen komen. Heiko had echter aangegeven, dat hij morgen vrij zou zijn en hij wilde dan naar Eksjö. Daar zou weer hout vandaan gehaald worden. Om te voorkomen, dat hij met een aanhanger achter de auto naar de benzinepomp zou moeten reed ik heen. Tja, daar tankte ik maar liefst voor ruim 92 euro. De literprijs was 1,907. In Nederland is dat nog ietsjes hoger, zelfs 1,956. Eenmaal thuis was het half vier geweest en begon het inmiddels te schemeren. Te laat om nog mét de fotocamera (!) naar de kapperij te gaan…

Toen de aanhanger met seringen en rommel geleegd was en de kofferbak van de auto ontdaan was van alle gebruikte gereedschappen, belde Heiko met Örtengren. Die was vier dagen in Bålsta geweest, samen met drie collega´s en nu weer onderweg terug naar Tranås. Vorige week had hij een lijstje gemaakt met zaken die Heiko en Urban konden doen, maar dat lijstje was nu afgewerkt. Heiko stelde voor, om de grote stapels met gras, die rond het nieuwe pand (de bus garage) lagen, op te pakken en naar de stort te brengen. Dat voorstel was meteen akkoord en zodoende werd de rest van de middag gebruikt voor het opladen van de grote hopen lang gras. Hij reed uiteindelijk zes ritjes naar de stort. Eindelijk is dat gras weg. Dat lag er al minstens twee maanden. Collega Anton had het hele hoge gras een keer gemaaid met een speciale maaier. Een week later had collega Håkan alles op vele stapels geharkt en vandaag werd het dan opgeruimd. Om half vijf was Heiko terug op de zaak. De laatste rit kon helaas net niet meer gedaan worden, maar als je er nu aan komt rijden ziet het er in ieder geval een stuk verzorgder uit op de nieuwe locatie van Örtengren.

Vorig jaar moesten de kleinkinderen het helaas missen. Op een paar bezoekjes na, konden ze niet langs de deuren gaan om te zingen en snoep op te halen. Sint Maarten kreeg toen door corona een hele andere invulling dan alle jaren daarvoor. Vandaag kon het weer. Niet geheel als vanouds. Zo mochten de kinderen alleen in kleine groepjes lopen en aan de “gulle gevers” werd gevraagd, om zoveel mogelijk voorverpakte traktaties uit te delen. Sint-Maarten wordt niet overal in het land gevierd. Vooral in Noord-Holland, Limburg en Groningen gaan kinderen op 11 november langs de deuren. Onze kleinkinderen Merle, Daan en Jelte hebben schijnbaar heel goed gezongen. Elise stuurde ons namelijk een foto: ze hadden een tafel vol met snoepgoed gekregen!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image