Voorlopig weer gedag gezegd…

Voorlopig weer gedag gezegd…



Maandag 16 augustus konden we bij daglicht goed zien, dat gisteren de laatste hand gelegd was aan het verven van het huis van Geert en Froukje: nadat de muren waren geverfd, was nu het onderste deel antraciet gekleurd. Die donkere strook steekt fantastisch af bij de grond. Dat maakt het af. Heel mooi! Geert had ook het grind weer teruggelegd tegen de gevel aan en daarmee is de voorzijde helemaal af. ´s Ochtends bleek dat de bramen van Sietse overrijp waren. Toen ik in de bijkeuken kwam, waar de emmer met bramen stond, rook ik ze al meteen. Toen ik boven de emmer stond zag ik, dat ze al uit elkaar vielen en sommige vertoonden zelfs al schimmel. Jammer, maar die bramen konden weggegooid worden. Daarmee waren ze uiteraard volledig ongeschikt geworden om jam van te maken of te gebruiken voor een taart. Dat laatste had ik Geert en Froukje gisteren wel beloofd.
   
En belofte maakt schuld. Er moest wel iets van gebak bij de koffie komen uiteraard. Zodoende reden we naar de Hema en haalden we een kant en klare taart op. Die aten we een uurtje later voor de helft op, bij hun achter het huis in de zon, bij een kopje koffie. Daarna pakten wij nog het een en ander in en legden het ook maar direct in de kofferbak van de auto. Het rolscherm, dat inkijk in de kofferbak onmogelijk maakt, kon inmiddels niet meer dicht. Er lag al zoveel in de kofferbak dat het hoger opgestapeld moest worden. We legden er daarna maar een plaid over, om alsnog inkijk te voorkomen. Onze koffers en het eten voor onderweg moesten op de achterbank.
   
In de kofferbak stond onder andere de picknickmand, welke wij van Geert en Froukje hadden gekregen. Eigenlijk ik, want ik mocht dit pakje met mijn verjaardag uitpakken. Verder een grote bloempot, met een paar stekken van een kronkelwilg. Begin dit jaar had Froukje op Facebook gemeld, dat ze een kronkelwilg hadden omgezaagd en bood takken aan. Dat was denk ik rond de Paasdagen. Heiko reageerde toen met de opmerking “Zet maar een paar takken in het water. Dan zetten ze vrij snel wortels.” De takken hadden inderdaad wortels gezet en al snel konden ze in het zand gepoot worden. Ondertussen groeiden ze door. Wachtend op onze komst om ze mee te nemen. Nu dus eindelijk. Verder stonden er de gedane boodschappen in en allerlei cadeautjes, waaronder een grote doos met een mooie eland. Eveneens een cadeau van Geert en Froukje. Tussen de middag aten we gezamenlijk een broodje, waarna wij voor de laatste keer tijdens dit bezoek aan Nederland naar Heiko zijn ouders reden. Die moesten vanmiddag voor een afspraak naar het ziekenhuis in Scheemda, maar zouden tegen vier uur weer terug zijn.


Toen we er om drie uur aankwamen zaten ze echter gewoon in de kamer. Huh? De afspraak bleek verplaatst te zijn naar de ochtend… We hadden onze eigen laptop meegenomen, omdat we het overnemen van de beide laptops via TeamViewer even wilden testen. Controleren of alles goed ging. De test slaagde, zowel op de nieuwe laptop, als op de oude met nieuwe gegevens van Heiko zijn vader. Hiermee konden we de laptops met een goed gevoel achterlaten. Wij hadden voor dit bezoek nog heel even in het winkelcentrum geslenterd en namen onder andere diepvries kroketten en frikandellen mee, die je in de oven warm kunt maken. ´s Avonds aten we die met een witbolletje met kroket en een met frikandel. Hmmm, heerlijk.

Daarna kwam het onvermijdelijke… Het “tot ziens” zeggen voor vier maanden. In december komen we terug, als er geen rare dingen gebeuren met bijvoorbeeld de pandemie. De boot is inmiddels wel al geboekt, zodat Heiko zijn moeder meteen op de kalender bij de 12e december kon schrijven: “Heiko en Joke hier!”. Dat was fijn, het elkaar loslaten niet. Echter, we kunnen terugkijken op een hele mooie, gezellige week samen. Op die herinneringen kunnen we allemaal weer een tijdje teren. Op de valreep kregen we nog een doosje mee. Die mochten we thuis pas openmaken. Op die doos stond “Voorzichtig! Niet breekbaar, maar wel houdbaar”. Inmiddels weten we wat erin zit, maar we houden het nog even spannend. Terug bij de B&G maakten we het niet te laat. De volgende ochtend ging het alarm op de telefoon om half vier. We bedankten onze gastheer en -vrouw voor wederom hun gastvrijheid en spraken in principe af, om in december terug te komen. Erg bedankt, Geert en Froukje!




Op dinsdag 17 augustus, de dag waarop wij de terugvaart geboekt hadden, ging het alarm op Heiko´s telefoon inderdaad om half vier ´s morgens af. We waren toen echter al een kwartier van bed af. Gisteravond gingen we vroeg naar bed, met als gevolg een slechte nachtrust. Toen we net na vier uur uit Kolham vertrokken was het nog echt donker. Op de mobiele telefoon zagen we, dat de zon pas om half zes opkwam. Het vervelendste was toch wel, dat het ook nog ging regenen. In het donker rijden in de regen, met slecht reflecterende witte strepen op het asfalt is het vervelendste wat er is voor een automobilist (vind ik). Het rijden kost dan erg veel energie en concentratie. Gelukkig werd het langzaamaan lichter in de hemel en kwamen de regendruppels in kleinere getale omlaag. Het was echter wel lastig om droog te pauzeren en een kopje koffie te nuttigen. Het werden uiteindelijk hele korte pauzes.


Om acht uur stonden we op de Scandinavienkai in Lubeck-Travemünde, waar we achteraan in de rij konden aansluiten. Jeetje, wat gaan er veel naar Malmö zeg! Zowel Nederlanders, Duitsers, Fransen, Zwitsers als terugkerende Zweden stonden te wachten tot ze de boot op konden. Personenauto´s met en zonder caravan en vele campers. Al behoorlijk vroeg gingen er drie loketten open en konden de auto´s een voor een langs een loket en de legitimatiebewijzen laten zien. Naar het bewijs van de vaccinaties werd wederom niet gevraagd. Ongeveer een uur later konden we de boot van Finnlines al oprijden, die ons ruim negen uur later in de haven van Malmö weer af zou zetten.
 

Nadat de auto op een van de autodekken, deze keer dek 5, stond geparkeerd, gingen we via een trap naar boven en kwamen we bij de receptie op dek 7 uit. Deze keer hadden wij hut nummer 8001 op de veerboot, dus moesten we nog één trap op naar dek 8. Het was de eerste keer dat we die kamer hadden. Het bleek, dat de hut precies voorop de boot zat, waardoor we via ons grote raam precies konden zien waar we naar toe voeren. Het was een vier persoons hut deze keer, waarvan we uiteraard slechts twee bedden gebruikten. Alhoewel we onderweg ook al het een en ander gegeten hadden, lustten we op de kamer nog wel een broodje. Het werd een bolletje met rookvlees en een gekookt eitje. Een tip van Froukje en dat bleek een hele goeie tip te zijn. Lekkerrr…

Onderweg hebben we weer veel geslapen en Heiko heeft nog een beetje gepuzzeld. Hij kon de slaap niet zo goed vatten deze keer. Door het grote raam zagen we op een gegeven moment een kustlijn opdoeken. Uiteraard de kustlijn van Denemarken, want die varen we aan de oostkant voorbij. Een eindje verderop zagen we een mooie rotswand in zee lopen. Het leken ons krijtrotsen. We hadden geluk dat de zon er ook net bij was, waardoor ze mooi verlicht werden. Overigens verliep de reis prima. Het was vrij rustig op zee en de boot bewoog dan ook niet zoveel heen en weer. Slechts twee regenbuien zijn we gepasseerd en dan wordt het een beetje onstuimiger, maar niet extreem.

Op enig moment hadden we zin om op het dek te gaan. Even de frisse zeewind ruiken. Bij de bar kochten we koffie en buiten op het dek, achter glazen wanden in de luwte van de wind, genoten we van de koffie en het uitzicht. We spraken met elkaar en ineens reageert er een man naast ons. Hij spreekt ons aan in het Gronings! Hij had gehoord, dat wij Gronings spraken en zodoende wilde hij even aan ons laten weten, dat hij ook uit Groningen kwam. Hij bleek vrachtwagenchauffeur te zijn en reed wekelijks op Zweden. Hij werkte voor NVO te Zuidbroek. Nou ja zeg… Wat een kleine wereld! Onze oud-buurvrouw Maaike werkte destijds als botenplanner voor de vrachtwagenchauffeurs bij NVO in Zuidbroek. “Nog steeds”, zei de chauffeur. Dát is toch sterk! Hij beloofde ons haar de groeten te doen. Hij was nu onderweg naar Stockholm met 35 ton kaas in hele grote blokken. Dat werd in Stockholm verwerkt tot kleinere pakjes en deels geraspt, zodat er daarna op de verpakking kan komen te staan “Tilverkat i Sverige”. Oftewel “gemaakt in Zweden”. Dat is erg belangrijk namelijk voor de consument. Die wil het liefst Zweedse producten kopen. Tja, zo wordt men dus bedonderd…

Nadat we de Öresundbrug gepasseerd waren, waren we bijna weer “thuis”. Dat wil zeggen in Zweden. Voordat we van de boot af konden, waren we nog weer een dik uur verder hoor. Daarna ging het in een lange, langzaam rijdende rij van auto´s van de boot af richting de douane. Deze keer was er geen enkele controle op het haventerrein van Malmö, waardoor dat allemaal erg vlotjes verliep. Een klein stukje door een buitenwijk van Malmö gereden, om vervolgens de snelweg E6 op te rijden richting Helsingborg. Vanaf Helsingborg de E4 richting Stockholm gepakt, bij Jönköping eraf richting Aneby en toen na ongeveer vierenhalf tot vijf uur aangekomen in het rustige Ödarp. Ook tijdens deze autorit hadden we weer regen onderweg. Veel regen. Zoveel regen, dat we, als we buiten op een parkeerplaats stonden voor een korte pauze, ons koffiebekertje niet leeg kregen zeg maar. De koffie die we eruit dronken werd meteen weer verdund met regenwater. Het was klokslag 23:45 uur toen we de sleutel in het slot van de voordeur staken en ons dametje Ebba ons met veel geluid verwelkomde. Die had ons duidelijk gemist… En wij haar! We haalden haar nog even uit de bench, om haar met liefde te begroeten en om haar nog even in de kamer bij ons te laten rondlopen. Ik nam nog een laatste kop koffie voor vandaag en daarna was het slapen! Het enige dat we uit de auto pakten was de toilettas. De rest zou de volgende dag er wel uitgehaald worden… Trusten!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image