Lammetjes dartelen op het land!

Lammetjes dartelen op het land!

Gisteravond hebben we nog een klein stukje gereden. Even een rondje van ongeveer een half uurtje, om te zien hoe de natuur er nu uitziet. Net als in onze tuin en omgeving wordt het meer en meer groen. Eigenlijk waren we een beetje te laat op de avond, om de kleuren duidelijk in beeld te brengen: het was al te schemerig. De lariks viel dit keer wel het meeste op. Die krijgt momenteel naaldjes aan de takken en zijn daarmee extra duidelijk aanwezig. Aanwezig zijn ook alweer de honderden vergeet-me-nietjes. Ze staan vrolijk langs de kant van de weg, in de berm. Was het een week geleden nog wit van de bosanemoontjes, nu is het blauw van de vergeet-me-nietjes!

We kregen gisteravond maar liefst 13 reetjes te zien! In die korte tijd is dat toch wel veel. Wat dat betreft hadden we wel voor het juiste tijdstip gekozen. We zagen soms reetjes in koppeltjes lopen en dan gaat het met het tellen natuurlijk snel. Wat had het bokje een “rare” vacht! De winterdos wordt voor de zomerdos gewisseld! In de winter hebben reetjes een dikkere vacht en zijn ze meer donkergrijs van kleur. In de zomer is de vacht stukken dunner en mooi roodbruin. De voorjaars-verharing in deze maand verloopt nogal onregelmatig: het langere winterhaar wordt broos en breekt door schuren en krabben af. Dat gebeurt het eerst ter hoogte van kop, hals en schouders. In die periode zien reeën er echt onverzorgd uit, zoals dit bokje. In het najaar (september) gebeurt de verharing sneller en minder opvallend: het winterhaar groeit in enkele dagen tijd boven de korte zomerdos uit! Trouwens: hoe jonger een ree, hoe vroeger het verhaart.

We kwamen voorbij Nääs, het plaatsje waar de lammetjes lopen. Ze krijgen schijnbaar een goede verzorging van moederschaap en van hun baasje: zijn ze niet al behoorlijk gegroeid? Ze vielen niet alleen vanwege hun grootte op. Meer door hun bewegingen! Ze renden over het land, van de ene naar de andere kant. En weer terug. Als eentje de sprint inzette gingen ze allemaal. Natuurlijk: “Als er een schaap over de dam is volgen er meer”! En dat het ook op lammetjes van toepassing is werd ons wel duidelijk gemaakt. Wat hadden de kleintjes een lol! Al dat rennen maakte ze uiteraard wel dorstig. Gelukkig waren de moeders in de buurt, waar ze snel even een slokje konden nemen. En weer door met rennen…

Vandaag zaten we opnieuw samen in het hout. Ons doel was, om zoveel mogelijk hout gekloofd in de houtstek te krijgen. De stapel met stammen, die Heiko de laatste weken had verzameld, moest nu maar eens een keer aan de kant. Dat is ons grotendeels gelukt, alleen is het nog niet helemáál klaar… Mijn taak was in het begin met name het bedienen van de kloofmachine, terwijl Heiko de houtblokken met de kruiwagen mijn kant op bracht. Toen er genoeg stammetjes op mij lagen te wachten, zaagde hij in de tussentijd alle stammen, die nog tussen de houtstekken lagen, in kortere stukken.

De laatste drie dagen hebben we samen ongeveer vijf kuub weg kunnen werken en in de houtstek kunnen stapelen. Volgens Heiko ligt er nog wel zo´n portie. Met name die grote stammen leveren veel op. Dat betekent meteen echter ook, dat de houtstek te klein is! Daar kan nog twee kuub bij en daarmee is die tot aan de nok vol en zijn alle gaatjes waar een stammetje kan liggen gevuld. Er zal niets anders opzitten dan toch een vierde houtstek erbij te bouwen. Of misschien een tijdelijke opslag? Op dit moment ligt er ruim 80 kuub hout te drogen en ligt er nog zo´n 10 kuub te wachten. Op verschillende plaatsen, waaronder in ons eigen bosje en bij de Fin in Eksjö. De stapel tussen de houtstekken op het zuiden is wel al enorm geslonken! Voor hoe lang?

Tussentijds haalde Heiko ook nog even de top van de omgewaaide sparrenboom weg. De boom was tijdens de tweede storm in januari omgewaaid. De dikke stam was inmiddels tot houtblokken verwerkt, maar de top lag nog over het beekje. Daar stroomde destijds te veel water door, om met droge voeten die top weg te kunnen zagen. Vandaag was dat wel mogelijk en daarom werd de motorzaag gestart. Met de, door buurman Erling en Heiko zelf geslepen, ketting. Dat zagen ging overigens prima en daarmee ligt ook het laatste restje van die boom klaar om gekloofd te worden. Dat hoekje is ook weer netter, nu die top niet langer over het beekje ligt.

Een ander “tussendoortje” was voor hem het schoonmaken van de ruimte tussen de vier plantvakken. In de eerste twee hebben we aardbeien staan en die hebben de “mooie eigenschap”, dat ze zich vermeerderen. Via uitlopers. Die zaten in het grind tussen de bakken. Heiko haalde die er voorzichtig uit en plantte ze uit in bak nummer drie en vier. De aardbeien die nu nog in de vaste grond staan gaan er aan het eind van het seizoen uit. Die zijn al ouder, waarmee de opbrengst meteen merkbaar kleiner wordt.

Nadat mijn taak eerst alleen uit het kloven bestond, haalde ik later zelf ook steeds een klein voorraadje stammetjes op. Afwisseling is immers goed. Heiko ging nog een tijdje aan het grasmaaien. Voor de tweede keer dit seizoen. Eerst liep hij een rondje met de loop grasmaaier, zodat hij zoveel mogelijk de kantjes en hoekjes met die machine kon doen. Dat scheelde daarna weer manoeuvreren met de grote zitmaaier. En het scheelt ook extra trimwerk. Met de grote zitmaaier kom je niet zo gemakkelijk overal omheen en blijven er veel stukjes over, die met de trimmer moeten gebeuren. Dankzij de kleinere en behendige loop-grasmaaier scheelt dat weer werk. De klus werd uiteindelijk wel afgemaakt met de grote zitmaaier. Heiko had de messen geslepen en ietsje hoger afgesteld dan bij de eerste maaibeurt. Dat leverde een mooi grasveldje op en de opvangbakken hoefden dit keer slechts twee keer geleegd te worden.

Deze twee beestjes hebben wij onlangs gespot en wat het voor beestjes waren wisten we toen nog niet. Het vlindertje is een Groentje. Dat is een klein vlindertje met een groene onderkant van de vleugels. De vlinder zit meestal met de vleugels dicht en valt dan nauwelijks op tussen het groen van de bomen en struiken. De bovenkant van de vleugels is effen bruin, maar dat is eigenlijk alleen maar te zien als de vlinder vliegt. Hun menu bestaat hoofdzakelijk uit nectar. Als ze daar naar op zoek zijn bezoeken ze vele bloemen en brengen stuifmeel over van de ene bloem naar de andere bloem en helpen zo de planten bestuiven. De kever is een Groene zandloopkever. Dat beestje heeft lichtgroene dekschilden met ver uit elkaar staande kleine witte tot gele vlekjes. Bij warm weer rent de groene zandloopkever haastig over de grond en om de zoveel meter wordt een stukje gevlogen. Hun menu bestaat uit allerlei geleedpotigen, zowel insecten (tweevleugeligen en mieren), als spinnen. Leuke beestjes, maar de vlinder zie ik liever dan de kever…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


CAPTCHA Image
Reload Image

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.