Oei! Die lucht…

Oei! Die lucht…

 
Terwijl ik buiten onder het terras aan de oostzijde aan het kloven was, zag Joke opeens een erg dreigende lucht aankomen. Ze attendeerde mij erop en we waren het erover eens, dat het er inderdaad niet best uitzag. Daar zou onherroepelijk regen uitkomen. Dat kon toch haast niet anders? Ik begon alvast met het in de kruiwagen verzamelen van het gekloofde hout en reed het naar binnen. De houtcontainer in. Maar ongeveer een half uurtje later waren de dreigende wolken ineens weer weg. Ze waren overgewaaid, zonder ook maar één een drup water te laten vallen. Poeh, geluk gehad. Ik kon nog even doorwerken buiten.

Het zou niet fijn zijn als het pas gekloofde droge hout, klaar om gestookt te worden, nat in houtcontainer zou komen. Edoch, de wolken bleven komen en gaan. Het ging een beetje spoken in de lucht, wat uiteraard voor Joke wel fantastische fotomomenten opleverde. Aan de zuidkant scheen de zon en aan de noordkant waren er donkere wolken. Mooie beelden. Gelukkig kwam er geen regen uit. Dat kwam later pas en dan met name in de nacht. Kijk, en daar hebben we nou toevallig geen enkele moeite mee.
  
In onze eigen tuin ontdekten we trouwens ook al de voorbodes van de aanstormende lente. De nieuwe knoppen van de sedum plant kruipen alweer uit de grond en in het grasveld vonden we de jaarlijks terugkerende sneeuwklokjes. Waarom die eigenlijk sneeuwklokjes heten… zonder sneeuw? Tezamen met de nieuwe knoppen van de sering, die we gisteren al op de website vermeldden en de bladknoppen van andere bomen is het toch overduidelijk, dat er sprake is van een zeer zachte winter. Het is immers nog maar half februari! Wát een verschil met onze eerste winter na de emigratie, de winter van 2017-2018. Toen lag er 5 maanden lang ongeveer een halve meter sneeuw. We gingen toen in april 2018 naar Nederland en verlieten Ödarp in de sneeuw. Of we deze winter überhaupt nog een goed pak sneeuw krijgen? We rekenen er niet meer op. Is het ombouwen van de grasmaaier naar een sneeuwschuiver een overbodige actie geweest? Het lijkt er wel op.
 
Vandaag dag twee en de afrondende dag van het kloven van de dikke moten hout. Nu was de kruiwagen leeg en kon het gekloofde hout meteen in de kruiwagen en daarna meteen de houtcontainer in. Het voelde een beetje als de omgekeerde wereld. Normaliter haal je nu droog brandhout uit de container, om de kachel mee te stoken. Echter, deze winter verstoken we niet zo heel erg veel tot nu toe en breng ik juist zo´n 3 kuub extra brandhout weer naar binnen. Als het zo blijft hoeven we weinig bomen te zagen en te kloven voor de volgende winter. Aan het einde van de middag waren alle moten hout gekloofd en lag alles in de houtcontainer. Hé fijn. Die stapel is weer weg en dat blauwe dekkleed kan weer opgeborgen worden. Sterker nog, de Volvo kan weer netjes geparkeerd worden onder het terras.
 
Achter de houtcontainers lagen nog een paar dikke takken, die de afgelopen dagen weer waren verzameld via het werk in Tranås. Daar moest de kettingzaag eerst nog even aan te pas komen, om het in stukken van ongeveer 30 cm te zagen. Een deel daarvan moest vervolgens ook even gekloofd worden. Ach, als je eenmaal bezig bent, maak je alles ook maar meteen aan de kant. Onder het terras is het in ieder geval weer opgeruimd. Alleen de dikke schors van de berkenboom moten ligt er nog. Sommige schorsdelen zijn wel een centimeter dik. Toen Joke die zag, was haar reactie meteen: “Die niet weggooien, hoor! Daar kan ik misschien wel een keer iets creatiefs mee doen”. Oké, de schors bergen we op. Sommige delen waren zo sterk dat ze als één geheel van de stam kwamen. Die hangen nu te drogen aan het rek.
 
Eén dikke stam is gespaard gebleven van de kloofmachine. Die stam was namelijk nogal hoog en moest óf een keer doormidden gezaagd worden met de kettingzaag óf je maakt er een stoeltje van. Nou, dat laatste vond Joke ook wel een leuk idee. We hebben immers al een bankje van een boomstam. Dus met de kettingzaag een deel van de helft van de stam weggezaagd, zodat er een stoeltje met daaraan een leuning ontstond. De leuning vervolgens een beetje hol gemaakt en (bijna) klaar. Nog even flink schuren morgen, want zo is het geen pretje om erop te gaan zitten. Vooral niet met een korte broek of en rok aan… Grappig stoeltje toch?
 
We blijven nog even bij luchten: bij het noorderlicht om precies te zijn. Dat te zien is op zich al bijzonder (en staat nagenoeg bovenaan ons verlanglijstje), maar voor een groep amateurfotografen werd die ervaring nóg specialer. Zij waren namelijk de eersten, die het licht in een nieuwe vorm zagen. In het verleden werd het licht al in onder meer een spiraalvorm en boogvorm gespot. Nu zagen ze het in Finland in de vorm van duinen. Om een beetje te snappen hoe dat kan, moet je eigenlijk eerst begrijpen hoe het noorderlicht ontstaat: het noorderlicht wordt veroorzaakt door elektrische deeltjes, die vanaf de zon de ruimte in schieten. Om de aarde zit een magnetisch veld, dat ons beschermt tegen die deeltjes. Bij de noord- en zuidpool is die beschermlaag het dunst. Daardoor komen die deeltjes bij de noord- en zuidpool in de dampkring terecht en botsen daar op luchtmoleculen, zoals zuurstof of stikstof. Door die botsing ontstaat een bepaalde kleur. Botsen de deeltjes op zuurstof, dan ontstaat een groen-gelige kleur.

De vorm wordt onder meer bepaald door de hoeveelheid elektrische deeltjes die in de dampkring terecht komen, vanaf welke plek van de zon de deeltjes komen, de kracht van het magneetveld rond de aarde en de hoogte en lengte van de zwaartekrachtgolven in de atmosfeer. Die zwaartekrachtgolven kun je vergelijken met rimpels die ontstaan als je iets in het water gooit: soms zijn ze lang, dan weer klein, soms zijn het er veel en soms weinig. De ene keer zijn die golven sterker, de andere keer zwakker. Dat bepaalt mede welke vorm van het noorderlicht zichtbaar is en hoe zichtbaar die is. De duinen hebben zich gevormd, onder meer doordat lange zwaartekrachtgolven zich in een bepaalde luchtlaag bevonden in de atmosfeer. De golven konden niet uit de luchtlaag ontsnappen en botsten dus continu op en neer tussen de bovenkant van de luchtlaag en de onderkant van de luchtlaag. Kwamen ze tegen de bovenkant aan, dan kaatsten ze terug naar beneden en andersom. Dat een nieuwe vorm is gezien, is best bijzonder. Dat gebeurt niet elke dag, zo af en toe, eens in de zoveel jaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta