Noodgedwongen aan het bakken…

Noodgedwongen aan het bakken…

 
Wat was dat vervelend zeg! Gisteren hadden de tie-wraps, kabelbinders van een hekje rondom de tuin het begeven. Ze gaven het nagenoeg tegelijk op. Hoe is het mogelijk? Materiaalmoeheid? En laat het nou net het hekje zijn, die aan de zijkant staat. Bij de rabarber. En ja: het hekje was op de rabarber gevallen. Een paar stengels waren onder het gewicht bezweken en gebroken. Die moesten nu wel verwerkt worden. Een poosje in de tuin laten liggen zou immers betekenen, dat de stengels zouden uitdrogen. Dat zou enorm zonde zijn! Daarom moest ik vanochtend wel aan het bakken. Met een rabarbertaart… Er was te veel rabarber voor één exemplaar en daarom besloot ik er een grotere van te maken. Een vierkante.

Al snel bleek, dat zelfs anderhalf keer het recept te weinig was, waarna ik er nog maar eens voor een taart deeg bijmaakte. Toen had ik genoeg om de bodem van de vierkante vorm goed bedekt te krijgen. Maar… op dat moment had ik te weinig rabarber! Je gelooft het toch niet? Het laatste zakje rabarber werd uit de diepvries gepakt, want verse is immers onderweg. Ja, toen had ik de juiste verhouding en kon de taart in de oven. Uiteindelijk kon ik een paar zakjes rabarbertaart in de diepvries maken. Vanzelfsprekend liet ik er een paar stukjes uit, want we moesten het wél proeven vandaag!
 

Gisteren had ik tijdens het trimmen al gezien, dat het in de bermen steeds mooier en mooier gaat worden. De berm aan de kant van het huis staat bij het naambordje al bommetje vol met Lelietjes-van-Dalen, maar ze bloeien nog niet. De boerengeraniums daarentegen laten hun paarse bloemetjes al volop zien! Net als het fluitenkruid. Die steekt met kop en schouders en haar witte bloemen boven alles uit. De lupines proberen de fluitenkruidplantjes qua hoogte in te halen, wat ze redelijk lukt. Echter net zo groot worden ze natuurlijk niet. Straks als de lupines bloeien wordt het een ander verhaal. Dan… Voor nu zijn de bermen al prachtig, laat staan wanneer alles gaat bloeien!

Soms, als er naar mijn idee veel werk te doen is, maak ik een lijstje. Vooral om het een en ander niet te vergeten (kleinere klusjes bijvoorbeeld) en op rustiger momenten iets uit te kunnen zoeken, waar ik op dan wel zin in heb om te doen. Dat was vanochtend het verven van de oppottafel. We dachten om de tafel faluröd te verven, maar dat idee is aan de kant geschoven. Dat zou het achter het huis wel heel erg druk maken. Zonder dat we er verder over hadden gesproken ging ik voor grijs. Alleen was er nog maar ongeveer een half liter grijze verf en dat zou absoluut niet voldoende zijn. Er was nog wel een pot zwarte verf. Nog niet open geweest en daarmee een volle liter. Ook goed. Misschien zelfs wel een betere kleur. Vol goede moed begon ik aan het klusje, maar al gauw kreeg ik door, dat het een klús zou worden.

De oppottafel is gemaakt van onder andere steigerhout en dat zijn allemaal plankjes over elkaar, naast elkaar, tegen elkaar, met naden… Er was daardoor veel te verven: onder, boven, tussen, achter, voor… Op enig moment had ik de tafel voorover getrokken en op de grond gelegd, zodat ik erachter beter bij zou kunnen komen. Later dacht ik, dat ik de achterkant beter eerst had kunnen laten voor wat het was. Want nadat ik aan de voorkant was begonnen bleek al snel, dat ik niet de hele oppottafel in de verf zou krijgen. De binnenkant van de pallets aan de zijkanten bleven over, alsook een paar plankjes aan de achterkant. Wat jammer. Heiko maar meteen gevraagd, of hij na het werk nog zin had om verf op te halen, zodat het klusje morgen afgemaakt kan worden. Ik vind het wel mooier geworden zijn, ook al is het nog niet af.
 
Verplicht pauze! Ook lekker hoor, want niet alleen de bermen worden per dag mooier, ook de tuin. Bij de voordeur, links op de hoek van het huis, staat een grote kamperfoelieplant. Wist je, dat kamperfoelie ook wel “geitenblad” wordt genoemd? Dat komt overeen met de botanische naam van de familie Caprifoliaceae: in het Frans “Chèvrefeuille”, Duits “Geißblatt” en Italiaans “Caprifoglio”. De Nederlandse naam is trouwens een verbastering van de Italiaanse. De plant valt onder de kamperfoeliefamilie en staat natuurlijk vooral bekend, om zijn sterke zoete geur, die de plant verspreid. Vooral in de avond is de zoete geur van de kamperfoelie namelijk heel sterk en dat is precies de tijd waarop de nachtvlinders in actie komen. Door de geur worden ze aangetrokken en weten ze feilloos waar ze moeten zijn. Alleen, de bloemen van de kamperfoelie geven hun kostbare nectar niet zomaar cadeau: ze zit diep verborgen in het onderste deel van de bloembuis, die wel twee centimeter lang is. Er is daarmee wel behendigheid voor nodig om de honing uit de bloem te zuigen.
 

Om het hoekje bij de veranda bewonderde ik met veel plezier de Salomonszegel. Wat staat die daar mooi te zijn! Het heeft de plantjes duidelijk goed gedaan, dat we de rozen daar gesnoeid hebben. Ze krijgt er duidelijk veel meer bloei dan andere jaren. Grappig te zien, hoe ze allemaal dezelfde richting op groeien. Achter het huis, in het muurtje onder de seringen, staat de akelei. De plant is een mooie bijenplant: veel wilde bijen, hommels en vlinders komen graag van de akelei hun nectar en stuifmeel halen. Met de sierlijke bloemen op ranke stengels oogt de akelei teer en fragiel, maar vergis je niet, want het is een taaie hoor! Heb je eenmaal akelei in de tuin dan is het een blijvertje. Helemaal niet erg, want wie wil niet jaar in jaar uit vanaf eind april worden verrast door deze sprookjesachtige langbloeier?
   
De akelei mag dan een zogenaamde vaste plant zijn, in haar geval is “vast” een nogal rekbaar begrip. De plant leeft namelijk doorgaans drie tot vier jaar en gaat soms zelfs slechts één bloeiseizoen mee. Echter niet getreurd, het wordt ruimschoots gecompenseerd door het feit, dat ze zich rijkelijk uitzaait. Zo zit de plant inmiddels in de border, links van de oprit. Het zaad van de akelei willen we dit jaar opvangen en drogen. Die gedroogde zaden willen we dan het volgend jaar her en der zaaien, zodat er meer kleun in de tuin komt. Terwijl ik foto´s van de akelei maakte, kwam ons dametje Ebba even langs, om te kijken wat ik aan het doen was. We hebben even “gebabbeld” met z´n tweetjes, ik heb haar langdurig kunnen aaien en daarna gingen we beide weer een kant op.
 
Bij een nieuwbouwproject van appartementen in Tranås, dat binnenkort opgeleverd gaat worden, konden Heiko en zijn collega Anton vandaag de eerste beplanting in de grond zetten! Het is een plantje dat flink over de grond gaat kruipen en zo langzamerhand alles gaat bedekken. Twee andere collega´s hadden de plantjes gisteren al klaargezet. Twee stuks bij elkaar en ongeveer om de zestig centimeter. Vandaag besloot Örtengren echter, na overleg met de kweker, dat ze op negentig centimeter afstand van elkaar gepoot konden worden. Dat betekende, dat Heiko en Anton tijdens het poten van een paar meter, telkens een aantal planten moesten opschuiven. Tegen half twaalf waren ze daar begonnen en om vier uur ´s middags stopten ze er mee. Op dat moment waren er nog slechts 20 plantjes over om te poten. Het poten ging overigens als een speer. Er moest wel een paar keer water gegeven worden, omdat de grond erg droog was en de planten zouden kunnen uitdrogen. Gelukkig hadden ze een fors aantal meters slang meegenomen, want het watertappunt was een behoorlijk aantal meters bij hun werkplek vandaan. Volgende week kan het werk daar voortgezet worden. Het is trouwens even rustig met het werkaanbod, maar dat kwam omdat dit project en nog twee andere projecten vertraging opliepen en het aanplanten uitgesteld moest worden. En nu komt alles tegelijk…

Heiko en zijn collega waren ´s morgens eerst nog even bij een klant geweest, om boomschors onder een ligusterheg te leggen. De tuin van die klant grenst aan gemeentegrond en daaraan pleegt de gemeente geen onderhoud. Het onkruid komt zodoende telkens opnieuw in de heg van deze klant. Jaarlijks moeten Heiko en zijn collega´s daarnaar toe, om de heg weer schoon te maken. Hopelijk houdt de schors het onkruid een beetje langer tegen. Een derde klusje van vandaag was het knippen van een heg. Aan de voorzijde van het huis was een mooie heg weer flink gegroeid. Die heg bestond uit drie delen en het meest rechterdeel was het hardst gegroeid. Vorig jaar had Heiko die heg ook geknipt. Het rechterdeel wat lager en het middelste deel alleen de puntjes. In de hoop, dat die na twaalf maanden verder zou groeien en net zo hoog zou worden als het andere deel. Helaas gebeurde dat niet! Om de heggen nu toch op gelijke hoogte te krijgen werd rechts deze keer aan de bovenzijde flink korter gemaakt . Tot grote schrik van de eigenaar. Er zat nagenoeg geen blad meer aan. Alleen kale takken waren nog te zien. Hopelijk gaat dat weer goed komen…

Goed bericht voor “Astrid Lindgrens Värld”! Begin van dit jaar kwamen verontrustende berichten in de kranten. Het ging heel slecht met het attractiepark. Een faillissement zou niet ondenkbaar zijn. Natuurlijk als gevolg van de pandemie. Maar gisteren las ik, dat het park weer open is gegaan! Het is een attractiepark over de karakters uit de boeken van Astrid Lindgren. Kinderen over de hele wereld weten toch, dat Pippi het sterkste meisje ter wereld is? En dat Emil ondeugend, maar goedhartig is? Elke dag spelen we 50 voorstellingen in het park. Hier zie je bekende scènes uit de verhalen van Astrid Lindgren worden gespeeld en gezongen in de klassieke liedjes. Blij, dat het park is gered en daarmee ook de banen van honderden medewerkers!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image