Naar het zui…oosten?

Naar het zui…oosten?

     
Elk jaar opnieuw weten grote aantallen ganzen ons land te vinden. Het aantal ganzen dat hier overwinterd is gedurende de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw sterk gestegen. Tegenwoordig zitten er ‘s winters ongeveer anderhalf miljoen in onze graslanden en akkergebieden. Daarmee neemt ons land binnen Europa een bijzondere plaats in. De vogels komen voor het grootste deel vanuit broedgebieden in Noord-Scandinavië en Noord-Rusland naar de pleisterplaatsen hier. Ze trekken daarbij langs kusten en via rivierlopen. Hier kunnen ze rusten als dat nodig is. Lange afstanden worden zoveel mogelijk gemeden. De trek vindt over het algemeen plaats in grote groepen. En gaan dus niet alleen maar naar het Zuiden! Die ik zag gingen waarschijnlijk naar een “etensplaats” ergens verderop, maar in ieder geval in het Oosten. De kenmerkende V-vorm waarin veel ganzen overtrekken is voor veel mensen het teken dat de winter begint. De V in de lucht kondigde vroeger de komst van de Vorst aan. Maar of dat nu nog geldt? De ganzen hebben in de loop der jaren trouwens ontdekt, dat er in het najaar hier veel voedsel te vinden is in de vorm van mals gras en oogstresten op akkers. Hierdoor is de aankomst van noordelijke ganzen in ons land sterk vervroegd en komen ze niet pas in december, maar al in begin oktober aan. Daarnaast zijn er natuurlijk onze eigen broedvogels. Deze blijven vaak het hele jaar in de omgeving van hun broedgebied. Een reden om weg te trekken hebben ze niet, daarvoor is het klimaat en het voedselaanbod veel te gunstig. Was deze groep er dan een met “onze jongens”?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta