Hoe vond je de uien?!?

Hoe vond je de uien?!?


Hoe vond je de uien? Gewoon… tussen en onder het onkruid… Het schaamrood staat me om de kaken… Als ik zeg, dat het al meerdere weken was geleden, dat we iets aan de moestuin hadden gedaan, is er niemand die bij het zien van deze foto, daar ook maar één seconde aan twijfelt. Natuurlijk was het al vaak ter sprake gekomen: “We moeten nodig iets aan de moestuin doen!” Echter daar bleef het bij. Ernstig kijken op dat moment en dan vrolijk doorgaan met iets, waar je wel zin in had. Vanochtend had ik mezelf beloofd, om in ieder geval de uien eruit te halen. Sorry: eruit te zoeken. Alleen kon ik daarna niet weglopen en doen alsof er niets aan de hand was. Die groentetuin zou schoon!

Op deze foto is het resultaat héél duidelijk te zien. Wil je me geloven als ik zeg dat dit hetzelfde stukje grond is? Echt waar! Je kunt het misschien nog zien aan de rabarber, die rechts in beeld staat op beide foto´s. In dit stukje van de groentetuin hadden we in de maand mei kleine uitjes gepoot en die waren na ruim 3 maanden voldoende gegroeid om gerooid te worden. Eerlijk gezegd zijn ze niet zo groot als we gehoopt hadden. Dat kan óf liggen aan de soort ui die gepoot is óf aan de voedingsrijke grond (of juist het gebrek daaraan). De grond is erg arm en behoeft nodig een beetje mest. Daar moesten we binnenkort maar eens naar op zoek. Dan kan het erdoor gemengd worden, een winter zitten en dan kunnen we volgend jaar een betere opbrengst krijgen. Misschien.

Hiermee was ongeveer een derde deel van de groentetuin klaar. Het meest linker deel was daarna het meest vervuild en daarom ging ik daar verder. Het middelste deel had Heiko al een keer omgegraven en was zodoende niet zo heel erg vol met onkruid, maar toch. Er zat niets anders op, dan op handen en voeten erdoorheen te kruipen en het onkruid eruit te plukken. Nét op tijd melde Heiko, dat ik dat ene plantje wél moest laten zitten. Ehhh, welke precies? Hij wist nog dat hij daar ergens een stekje van een muntplant van Jan en Ria had gepoot. Maar echt zichtbaar was die niet meer. Gelukkig kun je die plant wel ruiken en op die manier lokaliseerden we die vrij snel. Oké, die blijft staan!

Wat ging het mooi! Uiteindelijk viel het reuze mee, om het onkruid te wieden. Ik ging met mijn hand over de grond en had bijvoorbeeld meteen een handvol vogelmuur te pakken. Dat is een soort onkruid, dat zich heel breed uitzet, maar slechts een heel klein worteltje heeft. Natuurlijk werden ook de wortels zoveel mogelijk verwijderd. Dat gold ook voor de talrijk aanwezige heermoes. Die wortels zitten juist weer heel diep en zijn veel lastiger te verwijderen. En wat te denken van brandnetels en paardenbloemen? Verschrikkelijk veel onkruid! Echter zoals bekend en eerder gezegd: “Als je het begin niet maakt, krijg je het einde ook nooit!” Én nog een wijsheid van vroeger: “De aanhouder wint!”
 

Er waren echter omstandigheden die mij dwongen om te stoppen. Uiteraard voelde ik mijn rug en benen wel, maar met het einde van deze klus in zicht wilde ik het graag afmaken. Dat geeft immers ondanks de pijn tegelijkertijd ook een heel voldaan gevoel. De weergoden dachten er helaas anders over. Uit de donkere wolken vielen dikke druppen genadeloos en veranderde de grond van de groentetuin in een modderbad. Het afmaken was geen optie meer. Snel de kruiwagen leeggegooid en de gerooide uiten gered. Al met al toch een productief middagje en we kunnen binnenkort stamppot uien eten. Met leverworst. Héérlijk!

Vandaag stond het wegzagen van de onderste dode takken van de grote dennenboom op Heiko´s programma. Die boom is al aardig de hoogte ingeschoten, maar vergeet blijkbaar om zijn onderste takken water en voeding te geven. Alle energie gaat naar boven, waar de boom hoger en hoger groeit, maar tegelijkertijd sterven er onderaan takken af. Dat vond ik geen mooi gezicht en zodoende had ik Heiko een keer gevraagd of hij die dode takken er wel af wilde zagen. Veel prioriteit had het uiteraard niet, maar vandaag had hij dan toch de ladder gepakt en tegen die boom gezet.

  
In een rap tempo vielen de takken een voor een omlaag. De afgezaagde takken zijn ´s middags uiteraard meteen in kleinere stukken gezaagd. Die mogen nu verder drogen en worden daarna voor het grillen gebruikt. De kleine stukjes takken zijn in grote specietonen gelegd en in een korf. Die staan nu in het stookhok te drogen. Daar is het altijd warm en droogt het lekker snel. Mochten we nu een keer weer buiten willen grillen, dan kunnen we met dit hout een mooi vuurtje maken. Worstjes er boven houden aan een spies en… Smullen maarrr…
 
En vanochtend waren ze er trouwens weer: onze twee reetjes! Het zijn twee dametjes. Ze hebben geen gewei en daarmee zijn het geen mannetjes. Alleen is de ene iets kleiner dan de andere. Zouden het moeder en dochter zijn? De kleine kan overigens net zo goed een jongetje zijn. Een gewei groeit uiteindelijk pas later. Ze zijn inmiddels zo vaak bij ons waargenomen, dat ze al een beetje kind aan huis zijn. Bijna horen ze bij de familie. En dan moeten ze toch een naam hebben? We noemen ze Pippi en Annika. Vonden we wel toepasselijk: Zweedse beroemdheden. Of we Pippi en Annika binnenkort weer zullen zien, nu ze een naam hebben? Binnenkort weten we meer.
 
 
Heiko heeft overigens ook alle nestkastjes van de bomen gehaald. Toen hij bezig was met het zagen van de takken, van die ene boom bij de vijver, viel zijn oog op de twee nestkastjes die aan deze boom zaten. We hadden al afgesproken, dat we dit jaar alle kastjes van de bomen zouden halen. Met als doel ze schoon te maken en daar waar nodig te repareren. Daarna zouden ze een nieuw laagje verf krijgen. Omdat Heiko toch de ladder moest gebruiken bij het wegzagen van de takken, ging hij hiermee verder van boom tot boom en haalde ze er allemaal af. De een zat overigens steviger vast dan de andere. Eentje kon hij er niet verwijderen. Die van de boom bij de vijver, die in de vorm van een driehoek. Jammer, dan misschien maar met de kwast daar naar toe?

Opnieuw een vreemde, grote auto op de weg naar ons toe. Ook deze reed heel langzaam. Toch was het geen bermenmaaier, want de grote arm aan de zijkant ontbrak. De auto had wel een arm, maar die bleef op de weg. Ah! Het is eentje, waarmee je asfalt op de weg kunt spuiten. Ja, dat doen ze tegenwoordig al op een hele eenvoudige en snelle manier. Er wordt met de arm eerst hete asfalt op het wegdek gespoten, gevolgd door fijn grind. Dat doet dezelfde arm, maar het materiaal gaat door twee verschillende slangen. Op deze manier kunnen niet volledige stukken weg worden bewerkt. Wel kunnen ze hier en daar iets eenvoudig repareren. Wellicht hebben daar gaten in het wegdek gezeten. Het resultaat is natuurlijk een weg zonder kuilen en daarvoor krijgen ze het cijfer negen. Men is vaak bezig met het onderhouden van de wegen hier. Alleen voor het lijken krijgen ze het cijfer drie. Op diverse plekken is het nu donkerder geworden en dat ziet er niet fraai uit. Het oog wil immers ook wat. Althans die van mij. Of de Zweed er ook zo over denkt? Vast niet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta