Gieren, dieren en…

Gieren, dieren en…

 
“Wat ruist er door het struikgewas…” zong Toon Hermans ooit. “´t Was een ehhh… ´t Was een ehhh…” Een ree! Niet één, maar zelfs twee! Op het land, dat aan de achterkant grenst aan ons land, stonden twee reeën rustig te grazen. Héél dicht bij huis. Kijk dat kan ik nu enorm waarderen. Ik ben al vele weken het huis niet meer uit geweest en kon zodoende alleen maar van Heiko aanhoren, hoeveel reeën, hazen, vossen en kraanvogels hij elke dag zag. Beetje jaloers? Ja, toch wel. Het is immers lang geleden, dat ik in het echt een ree heb gezien. En dat terwijl ik ze zo mooi en lief vind. Stilletjes denk ik nu, dat ze mij misschien ook een beetje gemist hebben en dat ze daarom maar eens even bij ons thuis kwamen kijken. Even belangstelling tonen. Lief toch? Of het zo is, waarschijnlijk niet, maar desalniettemin vond ik het wel geweldig leuk, om ze weer eens in het echt te zien.
   
Sinds we hier wonen zien we vaker twee reeën achter het huis. Of het elke keer dezelfde twee zijn is ons niet duidelijk. We zagen ze eigenlijk in alle jaargetijden wel een keertje. Ze hebben zelfs al een keer over ons beekje gelopen, toen die bevroren was. Trouwens, een paar minuten voordat de reetjes zich vandaag lieten zien op het land, had Jikke een hele vreemde actie. Met een super dikke staart sprong ze met een gigantisch tempo in een boom. Alsof ze ergens van geschrokken was. Toen ze dacht hoog genoeg te zitten keek ze achterom, naar het land naast het gedeelte waar de reetjes later stonden. Zou Jikke ze op dat moment hebben gezien? Dat ze van die twee geschrokken is en daarom de boom in ging? Klinkt aannemelijk, maar of het zo is? We zullen het nooit weten…

Het nieuwe agrarische seizoen is begonnen! De boeren hebben weer veel lol deze weken: ze gieren het uit! De mest dan natuurlijk hé, maar dat begreep je al. We hebben de tractor met de giertank als aanhanger al vele keren bij ons voor het huis voorbij zien komen, maar we weten nog steeds niet of de mest nu van links naar rechts gaat of juist andersom. Vroeger toen er nog geen riolering aanwezig was, werd de gier van menselijke oorsprong opgevangen in beerputten, die van dierlijke oorsprong in gierkelders en later verspreid over het land. Vanzelfsprekend ontstond daarbij een sterke ammoniakgeur. In gier zit voornamelijk kalium en stikstof in de vorm van ureum en ammoniak. Op het moment, dat je een dergelijke combinatie van tractor en giertank ziet, ruik je ze ook al. Herken je dat? Je weet immers, dat als ze je voorbij zijn gereden, de “geur” nog een poosje blijft hangen. Maar vandaag niet. Waarschijnlijk stond de wind goed. Het is echter wel een mooi verschijnsel, want dit betekent, dat de winter nu achter ons ligt, dat de temperaturen omhoog gaan en dat er weer blaadjes aan de bomen komen. Het gaat weer mooi frisgroen worden. De mooiste tijd van het jaar is in aantocht: de lente!
 
Onderwijl zat Heiko in Tranås weer in de bomen. “Er moesten 6 grote appelbomen gesnoeid worden. De laatste snoeibeurt dateerde van ongeveer 10 jaar geleden, vertelde een bewoner van het appartementencomplex. Nou, dat was te zien. Vele lange uitlopers naar boven en een wirwar aan takken. Een mooi uitdaging! Op de foto links is de boom te zien zoals ik die aantrof. En ongeveer twee uur later zag de boom eruit zoals te zien is op de foto rechts. Alles wat de hemel in wees: weg. Alle elkaar kruisende takken: weg. Én alle takken die elkaar anderszins in de weg zaten: weg. Zo heeft de boom zijn open structuur weer terug. Nu kan er weer zonlicht in de boom komen. De opbrengst van het aantal appels zal dit jaar veel minder zijn, maar ze zullen vast en zeker wel veel groter zijn. Overigens, de grote boom op de achtergrond is een kersenboom. Een erg uit de kluiten gegroeide kersenboom. Het is de bedoeling, dat die bij de grond wordt afgezaagd en dat er daarna een nieuwe, jonge kersenboom wordt gepland. Mooi brandhout…! Bij één van de zes bomen was het eventjes oppassen. Toen de ladder er tegenaan werd gezet draaide de hele stam om zijn as! Nader onderzoek wees uit, dat de stam onderaan bij de grond volledig hol was. Toch was de boom verder goed gezond. Het snoeien moest wel even met enige voorzichtigheid gebeuren en vooral vanaf een hoge keukentrap. Met een tevreden gevoel kon ik deze dag qua werk weer afsluiten!”

Vanuit de kamerraam aan de voorkant van het huis, kijken we op een mooi stukje natuur. Echter, precies voor het raam staat, aan de overkant van de weg, een oude boom met een paar dode takken. Dat zag er nogal troosteloos en triest uit. Die takken zien we nu al 2,5 jaar en we dachten, dat ze met een behoorlijke wind wel zouden sneuvelen. Maar nee, ze bleven zitten waar ze zaten. Ook na de storm van de laatste dagen. Gelukkig bood Heiko uitkomst: hij zou ze weghalen. Eerst even proberen of hij zonder een trapje bij de takken kon komen, maar dat lukte hem niet. De bewuste takken zaten toch iets hoger in de boom dan dat het op een afstandje leek. Even later ging hij met behulp van een trapje en een takkenzaag de takken lijf. Dat bleek een fluitje van een cent te zijn. In no-time lagen de takken op de grond. Nog geen vijf minuten later lagen ze bij ons achter het huis, op de stapel “nog te zagen hout voor de houtkachel”.  Ondanks dat de takken dood waren, zat er nog voldoende gewicht in volgens Heiko. Dat wil nog wel branden. En het uitzicht: net even ietsjes “vrolijker” geworden.

En terwijl Heiko daar stond te zagen, ontdekte hij onder zijn voeten keien. Niet een paar, maar een ware goudmijn aan keien! Eerder had hij ongeveer vijf kilometer verderop in het bos met de aanhanger een vracht opgehaald. Die waren bestemd voor ons keien-muurtje. Op de scheiding tussen het land van de buurman en ons. Toen die aanhanger leeg was, bleken er nog nét niet voldoende keien te zijn, om het muurtje af te maken. Een tweede ritje met de aanhanger leek nodig, maar dat was er nog niet van gekomen. Totdat de oude, dode takken werden weggezaagd en bleek dat ónder een grote berkenboom een enorme stapel aan keien lag. Zó dicht bij huis! Geweldig! Met deze vondst kon Heiko de keien-muur op eenvoudige wijze afmaken. Onvoorstelbaar, dat de keien zó dichtbij voor het grijpen lagen. Er moet iemand zijn geweest die de keien daar op een stapel heeft gegooid. Door de jaren heen is er mos en gras overheen gegroeid en zag je ze niet meer liggen. Tja, zo zie je maar weer: een loslopende hond vangt altijd wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta