Gammal Stan in Linköping gezien én de man met de zeis!

Gammal Stan in Linköping gezien én de man met de zeis!



Even kijken op de weer-app. Wat voor weer krijgen we vandaag? Hmmm, niet geweldig hier in Ödarp: bewolkt en in de loop van de dag regen. Desondanks stelde Heiko voor, om naar Linköping te rijden, om daar de toeristische attractie “Gammal Stan” te bezoeken. Dat stond al op het programma met onze gasten, maar is er toen niet van gekomen. Deels door de zorgen om het coronavirus en deels vanwege de rij-afstand. Toch wilden we het wel graag een keer zien. Via dezelfde weer-app keken we naar de voorspellingen in de plaats Linköping en zagen we tot onze verbazing, dat het daar de hele dag droog zou blijven. Met een temperatuur van 22 graden. Mooi. Op pad! Koffie gemaakt, picknickmand gevuld, juiste kleding en schoenen aan en rijden! De heenreis kozen we voor de snelle route via Tranås, Sommen, Boxholm, Mjölby en dan de E4 op naar Linköping. Net voor Mjölby passeerden we het roestige ijzeren beeld van de heilige Birgitte. Nu mooi in het zonnetje, dus even op de foto gezet.
 
Onderweg namen we nog even een koffiestop na Mjölby en zodoende waren we twee uur later in de grote stad Linköping. Op de grote borden stond vanaf de snelweg al aangegeven waar je langs moest rijden, om in “Gammal Stan” te komen. Overigens is “Gammal Stan” een oude, houten wijk van Linköping. Een echt museumdorp, zoals bijvoorbeeld Bourtange in Groningen. Er wonen gewoon mensen, eveneens als in Bourtange. Daarnaast zijn er veel gebouwen, waarin men zelfgemaakte producten te koop aanbiedt. Ook zijn er oude historische gebouwen, die je van binnen kunt bekijken. Zoals een oude bank, een oude apotheek, een kerkje, een theater en nog veel meer. De parkeerplaats was redelijk vol, maar gelukkig wisselde het frequent van auto´s die kwamen en gingen. Ondanks die vele auto´s was het er beslist niet druk en hoefden we ons op de straatjes van keien geen zorgen te maken over de anderhalve meter afstand.
 
In de gebouwen die we wilden bekijken wel. Soms stond er dan een medewerker met een stuk touw bij de ingang, die een beperkt aantal bezoekers toeliet. We hebben op ons dooie akkertje alles bekeken wat er te bekijken viel en vonden het zeker de moeite waard. In Eksjö is ook een “Gammal Stan”, maar deze in Linköping is mooier en toeristischer. Hier hebben ze het meer aangekleed, met onder andere mensen in klederdrachten, paard en wagen en zijn er meer gebouwen waar je naar binnen kunt. En zoals gezegd is er een enkele die ingericht als museum. Tenslotte staat ook overal tekst en uitleg bij.
 
Bij een restaurantje wilden we fika houden, maar het was er voor onze begrippen té druk. Ook stond er een lange rij voor de balie, die na een kwartier wachten nog steeds dezelfde lengte had. We besloten om maar verder te lopen en kwamen langs een haag met daarin misschien wel honderd musjes. Het viel eerst niet eens op, maar toen we er 1 zagen, keken we beter en zagen we er wel 100. Toen ik een foto wilde maken vlogen ze helaas weg. Gelukkig kon ik van eentje nog een close-up beeld maken.

Op het grote marktplein kochten we ons tenslotte een broodje worst met iets te drinken bij een kraampje, als alternatief voor de gemiste fika bij het restaurant. Niets mis mee. Eigenlijk zelfs beter dan koffie! Daarna liepen we het oude bankgebouw binnen. Leuk om te zien: je waant je zelfs een beetje in de tijd van het wilde westen. In een la van een bureau lag een ouderwetse perforator: een hamer met een spijker! Leuk grapje. Ruim een uur later hadden we alles van Gammal Stan wel gezien en liepen we net weer richting de parkeerplaats toen de eerste regendruppen vielen. Nou ja zeg! Het zou de hele dag droog blijven in Lonköping. Niet dus. Jammer voor de andere bezoekers, maar het deerde ons niet meer, we hadden precies alles bekeken. Voor de terugweg besloten we de lange route te nemen, die stukken mooier is. Die weg reden we namelijk al een keer eerder. De route via Kisa en Österbymo richting Eksjö. We reden met hulp van Google Maps op de mobiele telefoon, de grote stad Linköping uit. Waar zouden we zijn zonder de mobiele telefoon? En de vele apps die we daarop hebben geïnstalleerd.


Nog maar nét buiten de grote stad zagen we op een grote parkeerplaats een verkooppunt van vers geplukte aardbeien. Jordgubbar in het Zweeds. Maar dát is lekker: stoppen! We kochten een bakje en begonnen er onderweg al voorzichtig van te snoepen. Terwijl Heiko afrekende met de mobiele telefoon (opnieuw handig) en de app Swish, kwam er een busje aanrijden die een nieuwe voorraad aardbeien bracht. Er werd blijkbaar goed verkocht op dat punt, want er stonden zeker acht lege kratten. Tegelijk met het brengen van nieuwe voorraad werd ook het meisje achter de eenvoudige marktkraam afgelost door een andere (hoogstwaarschijnlijke) vakantiekracht. Haar tijd zat er blijkbaar op. Bij de volgende parkeerplaats, die op een soort eilandje tussen twee delen van het Kinda kanaal lag, was het tijd voor koffie met een koekje en… aardbeien!
 
Onderweg stopten we op een aantal plaatsen waar we een bord zagen met een aanduiding dat er “iets” te zien zou zijn. Vrij snel na Kisa zagen we in de berm een bord, met het bekende bezienswaardigheid-symbool. Een teken dat er “iets” te zien is. We moesten rechtsaf. Er stonden verder geen aanduidingen, maar we dachten dat we het wel in beeld zouden krijgen, als we de eerste bocht van de zandweg doorwaren. Hmmm, niets te zien. Verder rijden? Doen we, het was immers nog vroeg.
 
We reden een aantal huizen voorbij en heel veel natuurschoon, waaronder dit koppeltje kraanvogels. Het mannetje stond zo te zien op wacht en het vrouwtje lag op de grond te broeden volgens ons. Kraanvogels zijn schichtige dieren en lopen meestal direct weg, maar deze twee bleven staan respectievelijk liggen. De bezienswaardigheid, wát het ook mocht zijn, zagen we echter nog steeds niet. Doorrijden? Tja, we waren nu al zo ver van de asfaltweg af, dat we toch maar doorreden. Het zal denk ik een kwartier tot twintig minuten zijn geweest, dat we van de doorgaande weg af waren gereden toen we eindelijk “iets” zagen.


Het bleek een 250 jaar oude nederzetting te zijn, die nog redelijk goed bewaard was gebleven. Een groot huis met een vijf-tal schuren van verschillende afmetingen. Het hout, dikke balken, van de wanden van de schuren was kleurloos bruin. Erg verweerd en zo te zien niet onderhouden. Toch knap, dat dit “kulturreservatet Smedstorp” al 250 jaar lang is blijven staan. Het groepje gebouwen bleek inderdaad een cultuurreservaat te zijn, waar tevens landerijen bij hoorden. Het deed ons denken aan Åsens By, nabij Vireda (tussen Aneby en Lekeryd). Alleen is dat veel groter en veel beter onderhouden. Rond de gebouwen stonden een stuk of vijf splinternieuwe houten picknick banken. Vanzelfsprekend gingen wij bij een daarvan een kop koffie drinken. Die was nog steeds warm dankzij de goede thermosfles. Nog eentje van mijn broertje Eddy.

We liepen een kort rondje langs de gebouwen, daarbij vergezeld door een mooie kat, en stapten vervolgens weer in de auto om het zandpad verder te vervolgen. We hadden geen zin om dezelfde weg terug te rijden en gokten erop, dat de weg door zou lopen. Dat bleek ook en ergens kwamen we weer een bordje in de berm tegen met het teken van een bezienswaardigheid. Kijken? Ja, we zijn hier nu toch. Deze “attractie” heette Misterfalls Askäng en was wederom een mooi eindje van de weg af. Het bleek een stuk grond te zijn, feitelijk een oud weiland, waar heel veel verschillende en bijzondere plantjes groeiden. Dat stond op het informatiebord bij de kleine parkeerplaats.
 
Op de parkeerplaats stonden vier auto´s en vier tenten. Even verder kijkend zagen we in het weiland vier mannen met een zeis bezig, om alles kort te maaien. We spraken met een van die mannen en hij vertelde, dat zij van de ene plaats naar de andere plaats trekken, om dit soort weilandjes met de zeis kort te maaien. Zwaar werk hoor! En telkens na een paar zwaaien met de zeis moest het blad weer geslepen worden. Want af en toe ligt er een steen in het hoge gras. Ai, ai! We bleven nog even kijken en reden daarna hetzelfde pad terug. De weg liep namelijk dood bij dat weiland. Na deze ervaring wilden we nog maar een ding: naar huis! De dag was lang genoeg geweest met deze uitstapjes. Desondanks was het allemaal zeer de moeite waard en hebben we weer iets meer van onze omgeving gezien.

De man met de zeis…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta