Bedbank naar stort!

Bedbank naar stort!


Oh ja! Ken je deze slaapbank nog? Nou die is inmiddels naar de stort gebracht… Nu zul je je afvragen waarom, want hij ziet er immers nog heel goed uit en we hebben hem destijds voor een bepaald doel gekocht. Het is de schuld van de dametjes Jikke en Ebba. Die hadden tijdens onze afwezigheid de kelder, kelderhal, stookhok en Heiko zijn werkplaats ter beschikking. De kattenbak hadden we voor hun gemak, uit het stookhok gehaald en bij de douche gezet. Hoe dankbaar kun je als katten dan zijn? Niet! Want op de bank, waar een dekbedovertrek was gelegd én in beide hoeken een mooi zacht kussentje waar ze op konden liggen, hadden ze gebruikt als toilet! Nou vraag ik je! Hoewel ik er mijn uiterste kunsten op heb vertoond, om de bank schoon en vooral geurvrij te krijgen: mijn pogingen zijn mislukt. En daarmee was het einde verhaal en bracht Heiko de bank dinsdag naar de stort. Bedankt, Jikke en Ebba! Voor straf vroeg naar bed…


Heiko had de afgelopen nacht een betere dan de voorgaande: hij had meer geslapen en voelde zich minder moe. Zijn buik voelde eveneens stukken beter aan. Daarom besloot hij zijn beschermende kleding aan te trekken en aan het zagen te gaan. Er lagen namelijk nog behoorlijk veel stammen op hem te wachten. Het waren voornamelijk die van de Fin uit Eksjö. Al snel zonk de stapel lange stammen en groeide de stapel met kortere stammetjes. Wat een gemak had hij van zijn zelfgemaakte-zagen-op-hoogte stander. Daarop legde hij de te zagen stammen, zodat hij mooi rechtop kon blijven staan met zijn kettingzaag. Dat scheelde enorm, want krom staan was er niet meer bij.

Nadat ik een beetje achter de laptop had gewerkt, vond ik het ook tijd om eens lekker buiten bezig te zijn. Het eerste wat op mijn briefje stond, was het snoeien van de varens, links van de voordeur. Leuk hoor, die herfstkleuren, maar het leek toch echt niet langer mooi meer. Al snel lag de kruiwagen vol en was het perkje leeg. Bijzonder was nog te zien, dat niet alle bladeren op dezelfde manier verkleurden. Er zaten een paar bij, die nagenoeg zwart waren. Zelfs de bladeren waren zich anders gaan vormen. Dikker zelfs. Daar waar de anderen afvielen bij het aanraken, waren deze juist heel stevig. Helaas kon Google me niet vertellen waar het verschil in zat.
  
Wat ik al wel wist, is dat dit een zogenaamde struisvaren is. Een varen uit de bolletjesvaren-familie. Wist je, dat de plant zijn naam te danken aan de groeiwijze van de vruchtbare bladen? “Iemand heeft ooit de soortaanduiding struthiopteris aan de plant gegeven, waarbij het Latijnse struthio struisvogel betekent en het Oudgriekse πτερίς (pteris), wat staat voor varen. Deze naam was bij de oude Grieken afgeleid van “vleugel” of “veer”, vanwege het uiterlijk van de varen met haar gevederde bladen. De Nederlandse naam varen zou ook afgeleid zijn van veer op grond van een gelijkenis. De plant wordt 35-150 cm hoog, heeft een sterk ontwikkelde wortelstok en dimorfe bladen. De struisvaren plant zich via de wortelstokken ook vegetatief voort, waardoor er een dicht bestand van varenplanten kan ontstaan.”


Toen de varens eenmaal waren afgeknipt, ging ik nog even met een handharkje door de zwarte grond, om deze even los te maken. Altijd goed, is mij ooit eens verteld. En niet alleen daarom: het lijkt ook even anders. De vraag kwam nog bij me op, of ik de stukken boomschors nog langer moest laten liggen of niet. Een tweetal jaren geleden was ik op het idee gekomen die daar neer te leggen, omdat het anders zo kaal en donker leek. Toen hadden de stukken boomschors nog kleur. Even een nachtje over slapen. Wat zeker nog kleur had en in volle bloei stond, was nog een roos! Die zag ik aan de andere kant van de trap naar de voordeur, toen ik er langs liep om de kruiwagen te legen. Bijzonder mooi!


Daarna voegde ik mij bij Heiko. Die had inmiddels zoveel gezaagd en gekloofd, dat ik hem bijna moest zoeken… Het zou niet eerlijk zijn, hem al het werk te laten doen, terwijl wij er straks beide profijt van hebben. Wanneer het hout in de kachel kan. Dus vroeg ik wat ik kon doen en Heiko zei, dat ik wel mocht beginnen met de kleinere stammetjes in de grote houtstek te leggen. Dat was eigenlijk geen verrassend antwoord en daarom begon ik met het volgooien van de kruiwagen, die ik al voor die bestemming had meegenomen.

Na de kruiwagen vijf keer te hebben gevuld en geleegd begon het een beetje te motregenen. Jig! Word je niet nat van de inspanningen, dan is het wel van de regen. Niet fijn niet. Maar gewoon even doorgaan, want regen hadden ze voor vanmiddag niet voorspeld en daarmee zou het zo wel weer overgaan. Dacht ik. En Heiko overigens ook. Die deed er nog een schepje bovenop: “De zon schijnt en dan is de bui zo weer over!” Ja, ja. Nee hoor, dit buitje duurde wel even. Zo lang nog, dat ik nog onder de grote dennenboom ben gaan schuilen. Heiko ging stug door met het kloven, alsof er niets aan de hand was. Mannen… Omdat ik dan niet zover door de regen hoefde te lopen, stapelde ik intussen gekloofde stammetjes in de houtstek, achter het trollenhuisje.

Toch kreeg Heiko gelijk, moeilijk om toe te geven, omdat het even later weer droog werd. Omdat de zon af en toe ook bleef schijnen en er waarschijnlijk toch nog “ergens” een regenbuitje viel, konden we een prachtige regenboog in de lucht zien hangen. De zeven kleuren waren duidelijk zichtbaar. Roggbiv. Wat zeg je? Roggbiv? Ja, dat is een ezelsbruggetje om de zeven kleuren van de regenboog te onthouden: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Het zijn er echter veel meer. Licht lijkt wit, maar bestaat uit een heleboel kleuren. Die kleuren komen tevoorschijn als het licht gebroken wordt. Als zonlicht bijvoorbeeld op regen, mist, dauw of nevel schijnt, breekt het in de druppels en zie je alle kleuren van de regenboog. Meer dan zeven. Het kleurenspectrum is een schaal waarin alle zichtbare kleuren geleidelijk in elkaar overvloeien. De regenboog bevat dus niet alleen rood en oranje, maar ook alles ertussenin. Dat wij zeven “stroken” licht zien, is daarmee gezichtsbedrog. Ons brein knipt de vloeiende schaal namelijk op in een beperkt aantal kleuren. Allerlei geeltinten worden in ons hoofd samengevoegd tot één strook en die krijgt van onze hersenen het stempel “geel”.

Het is deels de schuld van Isaac Newton. Hij toonde aan, dat licht uit verschillende kleuren bestaat. Ook stelde hij, dat de regenboog zeven kleuren telde. Dat hij het hele kleurenspectrum versimpelde tot zeven kleuren, heeft behalve met gezichtsbedrog, vast ook te maken met het feit, dat mensen en wetenschappers van Newtons generatie zeker de wereld graag ordenen. En dat hij zeven kleuren telde, en niet zes of acht? Dat zal ermee te maken hebben gehad, dat zeven sinds de Oude Grieken een bijna magisch getal was. Zo goed als alles kon je opdelen in zeven, zo leek het: het aantal dagen in de week, het aantal muzieknoten in een toonladder en dus ook het aantal regenboogkleuren. Ik hou het erbij, dat we de zeven kleuren van de regenboog duidelijk konden zien. Het bleef verder gelukkig droog en daarom gingen we beide nog maar eventjes door met kloven, respectievelijk stapelen. Toen het hout voor de houtstek er eenmaal in lag vond ik het echter welletjes. Lijf en leden protesteerden. Niet veel later volgde Heiko mij ook naar binnen en nadat we beiden van een warme douche hadden genoten en een broodje hadden gegeten, genoten we, met een voldaan gevoel, van de avond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta