11 dec. – Wanneer nou die komma?

11 dec. – Wanneer nou die komma?


Zo af en toe denk ik geen komma´s meer te plaatsen in langere zinnen. Je ziet dat immers veel vaker. Alleen vind ik het er dan niet duidelijker op worden. Zijn er eigenlijk vaste regels? Nee. Wél zijn er enkele algemene uitgangspunten. Het hangt ook af van het zinsverband. Het belangrijkste uitgangspunt is dat een komma een lezer moet helpen. Wie schrijft wil immers dat de lezers de tekst begrijpen, zoals hij bedoeld is. Daar hoort ook bij, dat de lezers de pauzes leggen waar de auteur ze ook legt. Hoe langer de zin is, hoe meer behoefte de lezer heeft aan een rustpunt in de zin. En dus aan een komma. Daarnaast gebruik je een komma bijvoorbeeld vaak in een opsomming: “Zij schrijft artikelen, romans, verhalen en columns.” Ook wordt de komma gebruikt tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: “Oma had een mooie, oude, donkere linnenkast.” Eveneens vóór en ná een bijstelling: “Heiko, mijn man, is dol op eten.” Of vóór en na een uitbreidende bijzin: “Onze hond Pantro, die sinds 2008 bij ons is, is dol op sneeuw.” Voor voegwoorden als hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl: “Zij vertelde het aan iedereen, hoewel het niet mocht.” Voor het voegwoord “dat” wordt trouwens géén komma geplaatst: “Zeker is dat er geen gewonden zijn gevallen.” Dus: we gaan weer aan de komma!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


CAPTCHA Image
Reload Image
Översätta