NL – woensdag 11 april

NL – woensdag 11 april


’s Nachts heeft het behoorlijk gestormd op het Kattegat. De caravan werd behoorlijk heen en weer geduwd door de harde windstoten. Dat was niet zo fijn en leverde een slechte nachtrust op. Tegen zeven uur staan we beiden naast het bed en maken we ons klaar voor deel 2 van de terugreis. Na het ontbijtje even met Pantro aan de wandel terwijl Joke alles weer “reisveilig” maakt. Dan koppel ik het stroom af en draait de steunpoten weer omhoog. De Volvo er weer voor en karren maar. Bij de receptie melden we ons om kwart voor acht af en betalen we de ene nacht. Dan rijden we weg richting de snelweg richting Odense, op het eiland Funen. Onderweg hebben de zon er heerlijk bij, maar tegelijkertijd hebben we diverse keren veel last van de harde wind. Gelukkig heeft de caravan een stabilisator, maar toch schokt het behoorlijk en is het verstandig om het stuur met twee handen vast te houden.

Zeker als we over de hoge Grote Belt brug rijden. De hoge caravan is een echte windvanger en met een aangepaste snelheid van 60 km per uur rijden we naar de andere oever. Daar vandaan gaat het beter, omdat we geen zijwind meer hebben. We gaan er nu recht in op. De brandstof meter doet erg z’n best en zodoende gaan we een paar kilometer voor Kopenhagen even tanken. Joke koopt daar meteen een paar lekkere broodjes voor de pitstop die we in Zweden willen houden. Dan vervolgen we de reis naar de Öresundbrug die Denemarken met Zweden verbindt. In Malmö is er een douanecontrole en laten we onze Zweedse ID kaart zien. Daar neemt de douanier geen genoegen mee. De Zweedse ID kaart is immers geen officieel reisdocument. Hadden we kunnen weten. We pakken beiden onze Nederlands ID kaart en op dat moment is de douanier tevreden. “Tot ziens!” zegt hij tegen ons en loopt lachend weg.

Net vóór het einde van de brug hebben we een schitterend zicht op Malmö. Een grote stad, waar we voor geen goud zouden willen wonen… Wat wél weer mooi is, is de “Turning Torso”, de wolkenkrabber in het westelijk deel van de stad. Hij is maar liefst 190 meter hoog en heeft 54 (!) verdiepingen. Het is weer tijd om een rustmomentje in te lassen en op de eerste de beste parkeerplaats in Zweden gunnen we ons een kop koffie met het lekkere broodje dat Joke eerder bij de benzinepomp had gekocht. Ook Pantro krijgt heerlijke koekjes en vers water. Dan gaan we toch maar weer verder en vervolgen we de rit richting Helsingborg om vanaf daar verder te rijden via de E4, richting Stockholm. Onderweg pakt Joke de laptop en gaat alvast een paar stukjes tekst typen voor de website.

Maar niet zo heel lang, want er is zo veel te zien. Bijvoorbeeld dat de sneeuw nagenoeg verdwenen is. Wat “anders”. We hebben immers de laatste vier maanden alleen witte landschappen en bossen gezien. Overigens zijn de meren nog nagenoeg volledig bedekt met een lading ijs. Niet één die we hebben gezien was volledig ontdooid. Dan moet er toch een behoorlijke laag ijs op hebben gelegen. Zo jammer dat er sneeuw op lag, anders hadden we al lang de schaatsen onder gebonden. De rit van vandaag is voor ons gevoel lang en we raken behoorlijk vermoeid. We nemen daarom in plaats van één nog twee pauzes en komen uiteindelijk tegen kwart voor zes in Ödarp aan. Een beetje verbaasd kijken we in het rond. Toen we anderhalve week eerder vertrokken was het nog helemaal wit en nu is bijna alle sneeuw weg. We kunnen de oprit weer zien en het gras. Even wennen hoor. Goh, bijzonder! We pakken alleen de meest noodzakelijke spullen uit de caravan en gaan dan in huis. Ontzettend blij dat we naar Nederland zijn geweest, maar ook blij dat we weer thuis zijn. Én dat we in ons eigen bed kunnen slapen. Je raadt het al: het is niet laag geworden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Översätta