Een hert! Nee, een ree!

Een hert! Nee, een ree!


Elke keer, wanneer wij een “…” zien roepen we tegelijk, dat het een hert is. Gelukkig hebben meerdere mensen dat. Want veel mensen zullen als associatie met het hert hebben, dat deze groot is en een gewei heeft. Het idee van een ree zal juist zijn dat het gaat om gewei-loze kleine hertjes, die qua formaat veel weg hebben van geiten. Even een uitleg waarom je een ree best wel een hert mag noemen, maar waarom je andersom een hert niet per definitie een ree mag noemen. Als iemand tegen jou zegt, dat hij een hert heeft gezien tijdens een wandeling door het bos, dan zou je hem moeten vragen wat voor een soort hert het was. Wat je associatie ook is wanneer je het woord hert hoort, het klopt officieel niet. Er bestaan namelijk verschillende soorten herten, of eigenlijk moet je zeggen, hertachtigen.

“Hertachtigen” is een overkoepelende naam voor een soort herkauwende evenhoevigen. Belangrijkste kenmerken van hertachtigen (of in het kort herten) zijn de korte (bruinige) vacht, klein staartje, slanke poten en ogen aan de zijkant van het hoofd. De meeste mannetjesherten hebben een gewei. Bekende herten zijn het edelhert, damhert, eland, rendier en ree. Het aller beroemdste hertje is natuurlijk Bambi, een witstaarthert. De ree is een klein soort. Je zou het formaat van een ree kunnen vergelijken met dat van een geit, alleen is een ree slanker en staat hoger op zijn poten. De vacht van een ree is in de zomer roodbruin en in de winter grijsbruin zwartachtig. De reebok (het mannetje) heeft een bescheiden gewei, de reegeit (het vrouwtje) komt vaak niet verder dan twee knobbels. Hiermee is het wel duidelijk: we zien hier heel veel reeën… De bovenste is dus een hert (bok), de middelste een reebok en de twee onderste “hertachtigen” zijn de dames hert en ree. ‘t Is maar dat je het weet…
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Översätta