Een eitje erbij?

Een eitje erbij?


Vanochtend maar eens een gekookt eitje bij het ontbijt. Die doen we in de eierkoker, zodat we zeker zijn van de juiste hardheid. Maar moet je nou wel of niet eerst een gaatje in het ei prikken? Het antwoord was duidelijk. Of juist niet? Het eerste argument om wél te prikken: onder het stompe uiteinde van het ei zit een voorraadje lucht. Voor een eventueel embryo. Ons ei is natuurlijk niet bevrucht, echter het zakje lucht zit er wel. Als je vervolgens het ei vanuit de koelkast (ongeveer 5 – 8 graden Celsius) in het kokende water legt, warmt de lucht in het ei op en zet die uit. Hoewel de schaal zo gevormd is, dat deze niet al te makkelijk breekt, kan de opgewarmde lucht niet altijd snel genoeg door de poriën van de schaal ontsnappen.

In dat geval breekt de schaal. Daarom is het handig om het ei eerst even door te prikken. Let wel op, dat je dit bij het stompe uiteinde doet, want daar zit het luchtzakje. Het tweede argument: de schaal – die bestaat uit tamelijk stijve calciumkristallen – kan de spanning door de temperatuursverandering op enig moment niet langer verdragen. Ook bij deze tweede theorie helpt het om het ei door te prikken. Een klein gaatje zorgt voor iets minder druk op de schaal, waardoor het ei niet zo snel barst. Maar wat blijkt? Men deed een test en daaruit bleek, dat 10 procent van de doorgeprikte eieren barstte, tegen 12 procent van de niet doorgeprikte eieren. Hoe klein is dat verschil! Het maakt dus eigenlijk helemaal niet uit of je het ei doorprikt of niet. Dan doe ik het niet weer, want het wil nog wel eens gebeuren, dat ik net iets te hard druk en dan is het ei al kapot voordat het in de koker gaat. Pantro zal daarom niet zo vaak meer een rauw ei krijgen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Översätta